Stadsnatuur besproken in de raadscommissie leefomgeving
Op 5 september 2024 vond er in de commissie leefomgeving van de gemeente Den Haag een debat plaats over stadsnatuur in Den Haag. De AVN heeft hierbij enkele punten gepresenteerd die de aandacht verdienen. Lees hier onze inspraaktekst. Deze aanbevelingen zijn ook in lijn met de recent gepubliceerde Werkagenda voor een duurzame leefomgeving en bestaande groene beleidsnota’s. De AVN benadrukt dat de focus nu moet liggen op uitvoering.
Een van de belangrijkste punten is de noodzaak om Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) in stand te houden en te versterken. De AVN pleit ervoor dat deze gebieden duidelijk worden vastgelegd in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan, met heldere regels die verharding beperken en andere schadelijke ontwikkelingen tegenhouden. Dit geldt ook voor ontwikkelgebieden zoals Zuidwest, Binckhorst en CID, waar het behoud van ecozones van essentieel belang is.
Daarnaast roept de AVN op tot uitbreiding van natuurgebieden, zoals door de gemeente voorgesteld. Wij pleiten voor de aanleg van beloofde parken in versteende wijken, zoals het Waterfrontpark in de Binckhorst en het centrale stadspark in Laakhaven. De AVN verwijst naar succesvolle voorbeelden uit andere steden, zoals Groningen, waar een park boven een (ring)weg is gerealiseerd, en vraagt zich af waarom dit in Den Haag niet mogelijk zou zijn.
Het is ook van belang om de groene dooradering van de stad te waarborgen, met name groen en bomen die aansluiten op de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. De AVN wijst op een recente aanvraag voor het kappen van 116 bomen bij landschapspark Madestein, wat in strijd is met deze doelstellingen.
Een goede zorg voor de aanwezige groengebieden, ecozones en boomstructuren is eveneens van belang. De AVN noemt de “vijf V’s voor de natuur”: voortplanting, veiligheid, voedsel, verbinding en variatie. Wij pleiten voor het creëren van zonering en rustgebieden voor de natuur, met de nadruk op het handhaven van deze gebieden en het vermijden van een veelheid aan nieuwe paden die de natuur verstoren.
Het punten-systeem voor natuurinclusief bouwen is mooi, maar aan herziening toe. Dit systeem moet aangepast worden, vooral voor gebieden naast de Stedelijke Groene Hoofdstructuur, met als doel groene daken die niet te hoog zijn voor insecten zoals bijen en vlinders, en die in verbinding staan met bestaand groen. Zie in dit verband de door de gemeente overgenomen ikoonsoort, de egel. Die kan niet vliegen of springen, maar moet toch van het ene naar het andere groengebied kunnen komen, over grondgebonden groen of over groene daken.
Tot slot vraagt de AVN aandacht voor het integreren van andere beleidsagenda’s die gericht zijn op klimaatverbetering, luchtkwaliteit, het verminderen van schadelijke stikstofuitstoot en het bevorderen van biodiversiteit. De AVN benadrukt dat ten minste 40% van de buitenruimte groen moet zijn en roept op tot verdere vergroeningsacties en versterking van het beheer van de ondergrond.
De AVN sluit haar boodschap af met een oproep aan de raadsleden om zich in te zetten voor deze punten en de participatie van de inwoners van Den Haag te waarborgen, waarbij er steeds weer wordt gevraagd om meer groen en natuur in de stad. De tijd om te handelen is nu.
De discussie in de Raadscommissie spitste zich toe op de steeds uitbreidende commerciële klim activiteiten midden in de Scheveningse Bosjes. Die zijn door de gemeente gestopt. Er is nu een nieuwe locatie voor in het Haagse Bos, naast de toch al drukke speelweide.






























Ontwerp, realisatie en techniek: