De gevlekte witsnuitlibel, een icoon
Eric Wisse. Fot: zwervende pantserjuffer
Een lentewandeling door het gebied Kijfhoek-Bierlap in Meijendel. Vogels roepen en zingen in het dichter wordende struweel. Dan stuit je plots op een verborgen ven, waarboven libellen rondvliegen, jagend, parend. Met tegenlicht is dit tafereel een sprookje.
Elfjes
Niet voor niets hebben elfjes kenmerken van dit levende fossiel, dat driehonderd miljoen jaar geleden al rondvloog. Als de vleugels van rivaliserende mannetjes elkaar raken in de lucht, weerklinkt een knisperend geluid. Het zijn taferelen waar je zonder achtergrondkennis al van kunt genieten. Tegelijk opent de groene wereld zich op een andere wijze als je verder kijkt. Dan worden er details uitgelicht, waar je eerder aan voorbijging. De ervaring verrijkt en verdiept zich.
Kijkend naar libellen valt op dat er grote en kleine zijn. Als een grote libel landt, blijven de vleugels wijduit staan. Landt een kleine, dan sluiten ze op de rug. Die noemen we waterjuffers. Natuurlijk is daar een uitzondering op. De pantserjuffers houden die vleugels een beetje gespreid. De vrij grote houtpantserjuffer, met opvallende groen-metallic glans, rust vaak op kale takjes in de zonnige luwte.
Waar de grondwaterbel onder de duinen afstroomt, kunnen poelen ontstaan. In de Westduinen zijn er tussen 2011 en 2013 enkele gegraven. Het zijn inmiddels oases van leven. Behalve de rugstreeppad vinden we er sinds kort ook de kamsalamander, beide eensgezind in zeldzaamheid. De vochtige valleien kleuren groen van het waterdrieblad en met de sierlijke stengels van grote waterweegbree. Beide hebben witte bloemen met drie kroonblaadjes. Er groeien exemplaren van duinwespenorchis. Libellen planten zich er voort.
Gevlekte witsnuitlibel
In en boven de poelen van de Westduinen wordt de gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis) aangetroffen. Een zeldzame soort, opgenomen in de Europese Habitatrichtlijn. Ecoloog Bart Achterkamp trof hem in 2012 boven een watergang langs dit duingebied, later trof men hem boven de nieuwe paddenpoel. Een aanwinst! Libellenkenner Ruud Wielinga wist ze later ook in het poelengebied van de Natte Pan te ontdekken. Een beperkt gebied al met al.
Bij herstel van een zuidhelling in de duinen, waardoor er meer zonlicht op valt, duidt het verschijnen van de eerste patrouillerende libellen op de aanwezigheid van meer insecten. Die toename van leven is al na een jaar merkbaar. Volwassen libellen, de imago’s, jagen soms een heel eind van water vandaan. Die wateren zijn uiteraard wel de plekken om te paren en eitjes af te zetten. In die periode kunnen ze ook territoriaal zijn, hun plek bij het water verdedigen. Vooral de grotere soorten, zoals de keizerlibel, springen daarbij in het oog.
Wat minder mensen opvalt is de afwezigheid van libellen op veel plekken. Bij stenen oevers of een te strak regime van ‘slootschonen’. Het sprookje ontstaat niet vanzelf. Iets anders om bij stil te staan zijn bepaalde ‘braakliggende gebieden’ waar het wemelt van leven, zoals libellen. Na herbestemming zijn de dieren die er leven echter onzichtbaar op de tekentafels.
Daar komt bij dat de waterkwaliteit in ons land bijzonder slecht is, in vergelijking met andere landen binnen Europa. Mensen houden van deze insectensoort, zoals ze ook van vlinders houden. Ze vormen inspiratie voor ornamenten en broches, sieren T-shirts, worden in de huid getatoueerd. Desalniettemin is de staat van instandhouding ongunstig.
Als je weleens hebt gezien hoe een libel een prooi verorbert, begrijp je de Engelse naam dragonfly. Ook de larven, die vaak lang onder water leven en jagen, hebben al kaken die het slachtoffer niet gauw loslaten.
Het is bekend dat de volwassen dieren ware luchtacrobaten zijn, wat zich vooral manifesteert wanneer man en vrouw samen als ’tandem’ of ‘paringswiel’ vliegen en landen. De hartvorm daarvan oogt romantisch, maar de dame wordt wel in de tang gehouden, om bevruchting door andere heren te voorkomen.
Winterjuffers danken hun naam aan het feit dat ze als imago kunnen overwinteren. Berijpt met ochtenddauw of zelfs ijskristallen zijn het juwelen in het lage ochtendlicht.
Insectenkenner Ruud Wielinga zag vorig jaar de platbuik bij de poelen, die voor deze fraaie, blauwberijpte soort een ideaal habitat vormen. Daarnaast nam hij ‘ergens in de Haagse duinen’ zowel de zeldzame zuidelijke glazenmaker als de zeer zeldzame gaffellibel waar. Om een toeloop van fotografen te voorkomen die dergelijke zeldzaamheden soms kost wat kost willen ’twitchen’ houdt hij de locatie daarvan wijselijk geheim.

































Ontwerp, realisatie en techniek: