Home » Verloren Groen: De Duivenvoordecorridor

Verloren Groen: De Duivenvoordecorridor

De enige groene verbinding tussen duin, strandwallenlandschap en het Groene Hart wordt gevormd door de Duivenvoordecorridor, grofweg het grensgebied tussen Leidschendam en Voorschoten.

Madelein Vreeken

 

De naam Duivenvoordecorridor wordt ontleend aan het fraaie kasteel Duivenvoorde. De corridor is een landschap dat reeds eeuwenlang bestaat, nog relatief gaaf en van hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde is en door bewoners en bezoekers hoog wordt gewaardeerd. De Duivenvoordecorridor maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland.

 

In de 20ste eeuw is in Leidschendam en Voorschoten langs het spoor van de ‘Blauwe Tram’ de glastuinbouw enorm toegenomen, ook in de Duivenvoordecorridor. Tegen het einde van de vorige eeuw werd die echter steeds minder rendabel en verdween er in Leidschendam al veel tuinbouwoppervlak ten behoeve van woningbouw.

 

In de weidegebieden tussen de kassen broedden vroeger tal van vogels, maar daar is helaas nog maar weinig van over. In de aanwezige landgoederen, of de restanten daarvan, vinden roofvogels, uilen en vleermuizen hun nest- en rustplaatsen, samen met heel veel zangvogels. Ook kun je er vossen en reeën tegenkomen.

 

Gras voor Glas en het Bestuursakkoord
In 2001 ontstond het idee om de Duivenvoordecorridor in overleg met de provincie Zuid-Holland en de gemeente Leidschendam-Voorburg als belangrijk landschappelijk element veilig te gaan stellen. Het gebied had de status van rijksbufferzone. Alle partijen vonden het gebied landschappelijk en voor recreatie zeer belangrijk.

 

In het kader van de ‘Gras voor Glas’ regeling zouden Voorschoten en Leidschendam verouderde glastuinbouwbedrijven opkopen en de daar aanwezige kassen verwijderen. Het idee was om minimaal 85 procent van de vrijkomende ruimte te benutten voor het realiseren van extra groen en maximaal 15 procent voor woningbouw. Het groen moest passen bij het bufferzonekarakter van het gebied, de tuinen, opritten en dergelijke zouden niet bij het groen maar bij de woningbouw worden opgeteld. Met de opbrengsten van de woningen zouden de investeringen grotendeels worden gedekt. Dit werd vastgelegd onder de term ‘dun en duur bouwen’.

 

In 2008 sloot de gemeente een bestuursconvenant en vervolgens gingen Leidschendam – Voorburg en Voorschoten de bedrijven opkopen.

 

Voorschoten
In 2013 constateerde B&W van Voorschoten dat de geplande opbrengsten niet gehaald zouden worden en dat stoppen financieel niet mogelijk was. Vervolgens nam de gemeenteraad het principebesluit om de te bebouwen oppervlakte te verdubbelen van 2000 m2 naar 4000 m2. Dat was in een van de uitwerkingsgebieden, te weten Roosenhorst, het gebied ten noorden van de Kniplaan.

 

In Voorschoten leidde dat tot protest van bezorgde burgers en organisaties. De vereniging Oud, Groen en Leefbaar Voorschoten nam het voortouw, gesteund door de AVN. Zij hebben met zienswijzen en brieven de gemeenteraad op andere gedachten proberen te brengen, maar zonder succes.

 

In 2016 is de Provinciale Adviescommissie Leefomgevingskwaliteit Zuid-Holland met een adviesrapport gekomen, met de duidelijke conclusie: ‘Meer bebouwing is in strijd met de bestuurlijke kaders en ondergraaft de open en groene gebiedskwaliteit’. Helaas heeft dit advies niet gewerkt, want Provinciale Staten heeft het bestemmingsplan van Voorschoten ondanks de bezwaren goedgekeurd.

 

Twaalf organisaties hebben daarop beroep aangetekend bij de Raad van State, maar ook dat werd helaas ongegrond verklaard (afgewezen).

 

Soortgelijke bezwaren tegen het bestemmingsplan Noortveer, het gebiedje ten zuiden van de Kniplaan, hebben eveneens geen succes gehad. Bestemmingsplan Haagwijk (2014) was toen al uitgevoerd.

 

Leidschendam-Voorburg
In de gemeente Leidschendam-Voorburg was nog veel meer areaal aan kassen om te slopen. In 2007 is het bestemmingsplan Duivenvoordecorridor vastgesteld, waarin een vijftal nieuwe ‘buitenplaatsen’ aangewezen werden, waar woningen zouden moeten komen, maar die nog verder uitgewerkt dienden te worden in bestemmingsplannen. Hierin stond ook dat driekwart van de glastuinbouwbedrijven daarbij een nieuwe inrichting zou krijgen als:

  • bosschage of houtwal
  • weidegrond of landerijen (o.a.) rond kasteel Duivenvoorde
  • karakteristieke siertuin op een nieuwe buitenplaats of
  • natuurgebied in de vorm van nat grasland.

 

In 2015 constateerde de gemeente Leidschendam-Voorburg dat er voor 17,5 miljoen euro was geïnvesteerd. Na een bestuurscrisis kwam een plan op tafel om alle investeringen terug te verdienen door intensieve woningbouw in de corridor.

 

Dit plan paste niet in het bestuursconvenant en werd deze keer wel afgewezen door de provincie. Daardoor is de definitieve besluitvorming in deze gemeente pas laat op gang gekomen.

 

Buitenvoorde was, in 2018, het eerste bestemmingsplan. In de latere bestemmingsplannen Vlietvoorde, Vlietvoorde-West, Vlietvoorde Weide en Noorthey kon ook deze gemeente zich niet bedwingen om creatief te boekhouden.

 

Men is er hier van uitgegaan dat de 15 procent bebouwing van het glasareaal alleen de hoofd- en bijgebouwen betreft, wat dus totaal afwijkt van het oorspronkelijk plan ‘Van Glas naar Gras’. Ook is met de oppervlakte aan gesloopte kassen gesjoemeld: hierbij zijn ook parkeerplaatsen en inritten gerekend, als afgegaan wordt op gegevens uit het Nationaal Georegister.

 

Deze afwijkingen heeft de gemeente te lezen gekregen in de ingediende zienswijze. In reactie kwam de gemeente met andere cijfers, waardoor het allemaal wel zou kloppen, maar zonder die te onderbouwen. Daardoor zijn ze door niemand te verifiëren. Voor de gemeente was het hiermee afgedaan.

 

Conclusie
Helaas is er in Leidschendam geen georganiseerd protest ontstaan, zoals in Voorschoten, en individuele zienswijzen hebben geen effect gesorteerd in de gemeenteraad. Een gang naar de rechter was, gezien de ervaringen in Voorschoten, geen optie.

 

Dus moeten we ook hier weer constateren dat de projectontwikkelaars grote invloed hebben op de planvorming. Zij drukken een grote stempel op de bestemmingsplannen. De provincie, die vele miljoenen subsidie voor dit gebied heeft uitgetrokken, omdat de natuur- en recreatieve waarden erop vooruit zouden gaan, vist achter het net, evenals de burger, want openbaar groen komt er bijna nergens bij. Dat kassen geen natuurwaarde hebben is natuurlijk een feit, maar van de beloofde natuurontwikkeling zien we bedroevend weinig terug.