Home » ‘Tiny Forests‘ en minibossen

‘Tiny Forests‘ en minibossen

In de gemeente Westland zijn drie zogenaamde ‘Tiny Forests‘ aangelegd. Een wereldwijd concept dat zo zijn beperkingen en nadelen heeft. Beter zou zijn een ‘mini leefbos’ (minibos) aan te leggen, een type bos wat naast klein, ook en vooral inheems is. Bekend is dat dit de biodiversiteit enorm ten goede komt.

Aad van Uffelen

 

De naam ‘Tiny Forest’ komt van Indiase ingenieur Shubhendu Sharma. Hij leerde van Dr. Miyawaki, een Japanse botanist die een methode bedacht voor een biodivers bosje dat tien keer sneller groeide dan een conventioneel bos.

 

Een stukje grond van twaalf vierkante meter zou al werkbaar zijn. De praktijk toont dat 300 tot 500 vierkante meter nodig is voor een krachtig geheel. Jonge boompjes moeten uitgestrooide zaden en kruiden beschermen tegen zon en droogte. Dit bosje moet volgens de ‘uitvinder‘, de Japanse botanist Miyawaki minimaal drie jaar in stand worden gehouden om enig effect te kunnen hebben. Zijn filosofie is open-source en samenwerking voor snel resultaat. De praktijk is vaak anders en de vraag is natuurlijk: wat doe je na drie jaar met het bosje!

Minibos, met een iets ander concept
Een minibos is een inheems bosje. Goed aangelegd is het een fijne plek voor vlinders, bijen en andere insecten, maar ook voor vogels en kleine zoogdieren. Voor mensen is het een aanwinst in de versteende omgeving van Westland. Voor kinderen is het een plek om dicht bij huis in contact te komen met natuur, ze ontdekken flora en fauna.

Kinderen kunnen ‘boswachters’ worden en helpen het bosje te beschermen en onderhouden. Voor de buurt kan het een positieve plek zijn voor ontmoeting. Het kan tevens als groene stapsteen functioneren en een plek hebben in groene zones en verbindingen. Denk aan aspecten als natuurwaarden, biodiversiteit en inpassen in het landschap.

Westland heeft ‘Tiny Forests’
IVN heeft de rechten op de naam in Nederland. Het primaire doel van deze ‘zustervereniging’ van de AVN is educatie. In het Westland hebben zij inmiddels drie bosjes aangelegd.

 

Onderstaand beplantingsplan voor het Tiny Forest van Maasdijk is typerend voor een Tiny Forest. Voor 200 vierkante meter is bij de aanleg gebruikt:

  • 120 bomen kroonlaag
  • 240 bomen boomlaag
  • 180 lage bomen en struiken Sub-boomlaag
  • 60 diverse struiken voor heesterlaag
  • 338 overige soorten, zoals fruitbomen en vaste planten

Totaal geplant 938 stuks

Zo’n dichte beplanting lijkt excessief voor een dergelijk klein oppervlak. Je krijgt een duur bos waarvan de levensverwachting gering lijkt.

 

Westlandse ‘Tiny Forests‘
In Westland zijn inmiddels de volgende drie ‘Tiny Forests‘ aangelegd.

  • Tiny Forest Maasdijk, voorjaar 2022
  • Tiny Forest Naaldwijk, voorjaar 2024
  • Tiny Forest Poeldijk, voorjaar 2024

 

 

Westlands leefbos
In 2016 zijn door de werkgroep ‘Westland Natuurlijk’ drie concepten voor een mini leefbos gemaakt:

  • Een natuurlijk inheems minibos; loofbomen, struiken en kruiden.
  • Een natuurlijk inheems minibos; naald- en loofboomsoorten en kruiden.
  • Een minibos gebaseerd op voedselbos.

 

Er kwamen gesprekken met de gemeente, er zijn gronden gezocht, begrotingen gemaakt, coaching opgezet, lange termijn ondersteuning bedacht. Alles om het te realiseren.

 

Je moet het vanaf de basis, aanleg, onderhoud en toekomst, samendoen met een buurt(vereniging), scholen en vrijwilligers: met coaching van een lokale natuurorganisatie. Deze opzet is ruimer en flexibeler dan ‘Tiny Forest’. Met minder bomen en struiken die méér leefruimte krijgen. In 2019 heeft de werkgroep met toestemming een ‘mini leefbos’ aangeplant in Naaldwijk aan de Monnikenlaan, ca. 5000 vierkante meter. Helaas kapte de gemeente het binnen twee jaar; per ongeluk!

 

Aandachtspunten voor een minibos
Het is belangrijk dat een minibos gebaseerd wordt op bodem, (natuur)geschiedenis. Waar het kan is het belangrijk elementen toe te voegen als een wadi, een bloemenweide en dergelijke. Zet het zo breed mogelijk op, rijk aan natuur en biodivers. Financieel is het belangrijk dat kosten, baten en resultaten in balans zijn en vooral dat het bosje toekomst heeft.

 

De aanpak hangt af van de plek want dicht bij zee zijn de groeiomstandigheden anders dan in bijvoorbeeld De Lier, verder landinwaarts. Er zijn vier verschillende zones in Westland. De bodem verschilt, en kan zanderig, veenachtig of kleiachtig zijn. Ook het niveau van het grondwater verschilt nogal en kan ook wisselend zijn. Waterdoorlatendheid is cruciaal. Om de bodem te optimaliseren is het soms nodig deze te verrijken met compost, of te verluchten met zand of stromest in te werken. Soms is juist verschraling nodig.

 

Een minibos met loofbomen groeit in lagen. Dat kan tussen drie en vijf lagen zijn: bodemlaag/kruidlaag, struiklaag, middel-boomlaag, boomlaag en hoge-boomlaag (luifellaag). Belangrijk is variatie: combinaties met open stukjes voor een paddenpoel, wadi, takkenril. Goed is om (deels) een sloot rond het bosje te leggen en/of een water met een glooiende oever te realiseren.

 

Het systeem roept vragen op
In de handleiding van IVN voor ‘Tiny Forest’ staan goede punten. Maar de indruk is toch wel dat onvoldoende rekening wordt gehouden met lokale soorten, de bodem, te veel bomen die tot 20 meter hoog kunnen worden stijf op elkaar. Veel snoeien is nodig waardoor weinig bloemen en vruchten ontstaan en dus weinig biodiversiteit. IVN beveelt zelfs aan onkruiden die van nature groeien te verwijderen! Het project moet 10 jaar leven, maar wat daarna? Te verwachten is dat er dan zwaar moet worden gekapt.

 

Onderzoek KNNV
Uit onderzoek van KNNV Delfland 2018 C.J. Nonhof, blijkt dat de eerste tijd bij ‘Tiny Forest’ de biodiversiteit omhoog gaat, ten opzichte van kaal land, maar na 10 jaar stort dat in. Tenzij veel bomen en struiken telkens worden teruggezet en grote bomen worden verwijderd, zodat er weer ruimte komt.

 

Samenvattend
‘Tiny Forest’ is een mooi concept met vooral een hoge herkenningswaarde. Iedereen kent inmiddels het begrip, maar het gaat uit van een strak stramien, dat mogelijk niet overal even goed uitpakt. Een minibos is goedkoper, flexibeler, geeft minder verlies van plantmateriaal, leidt tot meer gemengd landschap, hogere biodiversiteit op termijn en meer natuur- en landschappelijke waarden.

Veel al aangelegde ‘Tiny Forest’ bosjes liggen in of bij een park. Dat versterkt op natuurlijke wijze de overlevingskansen. Maar hoe ontwikkelt de biodiversiteit zich als het bosje in een versteend gebied ligt? Tot slot kan met de aanlegkosten van een ‘Tiny Forest’ een veelvoud aan hoogwaardige natuur worden aangelegd en onderhouden. Ook dan kun je combineren met educatie en andere wensen.