Participatie: groot goed, of wassen neus?
Dick Ooms, voorzitter
Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon, want de AVN doet in feite al aan participatie sinds haar oprichting in 1926. Het waardevolle binnenduingebied Wapendal dreigde toen te worden opgeofferd bij de aanleg van een nieuwe woonwijk. Dat hebben we weten te voorkomen, door succesvolle participatie ‘avant la lettre’, dus toen het woord nog moest worden uitgevonden. En daar zijn we sindsdien mee doorgegaan, met wisselend succes.
Nu wordt, dus zo’n honderd jaar na dato, de participatie formeel verankerd in gemeentelijke regelgeving, als gevolg van de Omgevingswet. Je zou kunnen verwachten dat het daarmee alleen maar beter kan gaan met de participatie. Maar, zoals de Engelsen zeggen: ‘the proof of the pudding is in the eating’: de pudding kan nog zo mooi worden opgediend, je weet pas of hij lekker is als je hem eet.
Anders gezegd: is met deze regeling alles nu beter geworden op het gebied van inspraak en betrokkenheid? Of worden we blij gemaakt met een dooie mus?
Eind vorig jaar werd de AVN als enige groene organisatie in Den Haag uitgenodigd om deel te nemen aan een serie klankbordgroep-sessies, waarin we konden meepraten over de ontwikkeling van een integrale gebiedsvisie voor de Haagse Vlietzone. Daar hebben we heel serieus werk van gemaakt. Toen we er achter kwamen dat de gemeente de natuurwaarden van dit gebied nog niet had onderzocht, zijn we dat zelf gaan doen, samen met een groot aantal specialisten van de Haagse Vogelbescherming, de IVN en KNNV.
In maart was ons rapport klaar, dus op tijd om nog te worden meegenomen in het proces. Maar in de vervolgstukken over deze ontwikkeling vinden we niets terug van onze inbreng. Is participatie dus een dooie mus? Hoogste tijd om de uitvoering van de participatie zelf eens stevig ter discussie te stellen. Participatie dus over participatie …






























Ontwerp, realisatie en techniek: