Nachtegaal, jubelzanger van de duinen
Adri Remeeus
Herkenning
Zijn fabelachtig mooie zang is dé aantrekkingskracht van de nachtegaal. Hij heeft er zelfs zijn Nederlandse naam aan ontleend. Het naamdeel ‘gaal’ is afgeleid van het Proto-Germaanse werkwoord ‘galan’. Dat betekent zingen. De naam nachtegaal betekent dus ‘nachtzanger’. Omdat het Nederlandse werkwoord ‘galmen’ ook is afgeleid van ‘galan’ zou je deze vogel ook ‘nachtgalmer’ kunnen noemen. Zijn luide zang rechtvaardigt die naam zeker.
De nachtegaal is bij ons een zomergast die rond half april vanuit het zuiden terugkeert en onmiddellijk zijn zang laat horen. Tegen eind mei, als de vrouwtjes op het nest zitten, neemt de zangactiviteit sterk af. Nachtegalen die in juni nog zingen, zijn individuen die ongepaard zijn gebleven. Hij zingt ook overdag, vooral in de ochtenduren.
Zijn verenkleed is onopvallend, namelijk warm bruin van boven met een meer roodbruinachtige staart. Onder is hij grijsbeige. Dit gegeven, in combinatie met zijn verborgen leefwijze in dicht struikgewas, maakt dat hij lastig te zien is.
Verspreiding
Ons land ligt aan de noordwestelijke grens van zijn Europese verspreidingsgebied. Dat strekt zich oostwaarts uit tot in Polen. Zuidwaarts gaat de verspreiding tot en met het Middellandse Zeegebied en Turkije. In delen van Scandinavië, en vandaar oostwaarts tot in Rusland, komt een andere soort nachtegaal voor: de noordse nachtegaal.
In onze regio komen de eerste nachtegalen medio april aan; van eind juli tot begin september vertrekt hij naar zijn overwinteringsgebied in tropisch Afrika, zuidelijk van de Sahara.
Aantallen broedparen
Het aantal broedparen in ons land bedroeg rond 2020 ongeveer 6500 met een opvallende verspreiding. De hoogste dichtheden vinden we in de vastelandsduinen. Daar biedt dicht struikgewas met braam- en meidoornstruwelen een veilig leefgebied. In het duingebied broedt nu meer dan de helft van de Nederlandse broedvogels. Vanaf ongeveer 1960 vonden grote verschuivingen plaats in de landelijke verspreiding. In die tijd raakten de noordelijke, oostelijke en zuidelijke provincies minimaal 80 procent van de nachtegalen kwijt. De oorzaak: stikstofdepositie, die leidde tot een verruiging van bosvegetatie. Diezelfde depositie echter leidde ertoe dat de aantallen in de duinen na 1960 gingen verviervoudigen. De nachtegaal kon zich daar juist prima vinden in de toegenomen verstruiking! In Meijendel voerde dat tot een piek van 454 broedpaartjes in 1990. De trend in Meijendel is nu wel langzaam dalende; momenteel schommelt het aantal broedpaartjes rond de 370. Dat laatste is zo’n zes procent van de Nederlandse populatie.
Heimelijk gedrag
De zang van de vogel is luid en duidelijk, maar zijn gedrag is onopvallend. Hij broedt in de onderste regionen van dicht en doornig struikgewas. Bij voorkeur moet de bodem bedekt zijn met bladeren en takjes; ook in die strooisellaag maakt hij graag een nestkuiltje. De aanwezigheid van een struweel van brandnetels is belangrijk. Daartussen en op de strooisellaag zoekt hij namelijk zijn voedsel: insecten, spinnen, regenwormen. Door de strenge eisen die de nachtegaal stelt aan zijn broedomgeving, komt hij alleen in het zogenaamde middenduin, de struikzone, in substantiële aantallen voor. In de zeereep en in het wandelgebied ‘vallei Meijendel’ liggen de aantallen op een behoorlijk lager niveau. Zijn zang draagt hij bij voorkeur voor vanuit het binnenste van het struweel, tot frustratie van de wandelaars die een glimp van hem proberen op te vangen. Maar af en toe laat een nachtegaal zich ertoe verleiden de top van een meidoorn als zangpost te gebruiken. Geniet er dan van, want lang blijft hij daar meestal niet zitten.
Wat zal de toekomst brengen?
Na 1980 zijn de aantallen broedparen in ons land kleiner geworden, zo ook in de duinen. In Meijendel werd in 1990 weliswaar een piek bereikt, maar daarna (vooral vanaf 2014) tekent zich een langzame daling af. De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels heeft de nachtegaal op de zogenaamde ‘Rode Lijst’ geplaatst, met als status ‘kwetsbaar’
Rode lijsten hebben geen juridische status, maar in de praktijk hebben ze wel een belangrijke signaleringsfunctie. Voor soorten op die lijst geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, zoals het verbeteren van hun leefgebieden. De teloorgang van de nachtegaal in het oosten van ons land is al uiteengezet.
Maar er speelt nog iets: in de duinen worden, in de strijd tegen de door stikstofuitstoot gestimuleerde verbossing, flinke terreindelen vrijgemaakt van duinvegetatie. Dit met als doel zowel stuifduinen als vochtige valleien terug te krijgen. Diverse soorten planten en vogels profiteren daarvan, maar door het verlies van struweel raakt de nachtegaal juist een deel van zijn leefgebied kwijt.
Het simpele gegeven dat de meeste vogelsoorten hun eigen en vaak kritische eisen stellen aan hun leefomgeving maakt het werk van terreinbeherende instanties er niet makkelijker op.






























Ontwerp, realisatie en techniek: