Home » Historie van de Haagse Beek

Historie van de Haagse Beek

De Beek begint bij Kijkduin en loopt door de Segbroeklaagte naar Zorgvliet. Daarna is er een merkwaardig kronkelende bedding. Bij het Vredespaleis verdwijnt het water ondergronds om in de Hofvijver uit te komen. Door de eeuwen heen is er aan de Beek veel veranderd. Pas sinds 1950 spreekt men van de Haagse Beek, een waterloop van slechts 7,5 kilometer.

Frans Beekman

Waterscheiding
Alle neerslag in dit deel van de Hollandse kust loopt af naar de Maas of naar de Oude Rijn. Halverwege bij Wassenaar ligt de waterscheiding. Tussen de strandwallen met binnenduinen liepen wateringen, zoals de Kaswatering naar de Oude Rijn. De Beek stroomde eerst zuidwestelijk naar de Maas. Bij Ockenburgh lag het diepste deel van de Segbroeklaagte (Westerkwartier).

In de 12e tot 16e eeuw waaiden de Jonge Duinen land­inwaarts en blokkeerden de zuidelijke afvoer van de Beek. Bij de Roggewoning in Wassenaar en de latere Laan van Poot vormde zich een hoge binnenduinrand. Ertussen lagen de parallelle zandwegen van Scheveningen naar Die Haghe, waar het stuivende zand een duinlob of lage binnenduinrand vormde tot aan de latere Archipelbuurt. De veronderstelde watering uit Wassenaar stagneerde daardoor.

In het gebied Solleveld lag vermoedelijk het verlengde van de Beek. In 1378 is hier sprake van de Goeswatering. Het gevolg van de duinblokkades was dat de Segbroeklaagte geen aanvoer en afvoer meer had en moerassig werd, ook door het kwelwater uit de zeewaarts gelegen Westduinen. Er groeide zeebies of ‘sekgras’, vandaar de naam Segbroek. Ook ontstond hier het Wijndalermeer.

Doorgraving binnenduin
In het begin van de 14e eeuw vestigde de voordien rondreizende graaf van Holland en Zeeland zich permanent in Die Haghe. Het al bestaande slot (nu Ridderzaal) werd zijn residentie. Ernaast lag een drinkpoel voor de paarden. Vermoedelijk liep een sloot vanuit ’t Kleine Veentje (Zeeheldenkwartier) langs het Noordeinde naar de slotgracht.

In 1345 werd het Spui gegraven voor de afvoer van het grachtwater naar de Vliet. Waarschijnlijk werd toen ook de aanvoer van schoon water vanuit het natte Segbroek gegraven. De genoemde sloot werd over een afstand van bijna een kilometer door de binnenduinen naar het Segbroek verlengd, waar die aansloot op de Beek. Deze uitgegraven loop is kronkelig: men groef van het ene naar het andere duinvalleitje. In de tijd van Jacob Cats zijn sommige bochten verbreed tot vijvertjes. Deze bochtige doorgraving tussen Zorgvliet en Zeestraat is zeer merkwaardig. De stenen Duivelsbrug overspant de ingegraven Beek. Met een hoekig tracé liep de Beek door de latere Archipelbuurt.

Het heldere duinwater werd naar de toen ook gegraven Hofvijver gevoerd. Dit was een uitbreiding van de noordelijke slotgracht. De grond uit de Hofvijver werd op de Lange Vijverberg gestort. De Hofvijver werd een waterbekken en diende ook als visvijver, drenkplaats, grafelijke zwanendrift, badwater voor het slot en als afvaldump. Het grotere waterreservoir Segbroek werd belangrijk voor de watervoorziening, eigenlijk een voorloper van de duinplassen van Dunea. Het Oosterkwartier van Segbroek lag wat hoger en de Beek met een breedte van drie meter moest tot een meter worden uitgediept om de aanvoer naar de Hofvijver mogelijk te maken. De werken voor aanvoer en afvoer van water waren een impuls voor de groei van Die Haghe.

Segbroek en Haagse Beek
De gekanaliseerde Beek stroomde door de Segbroeklaagte waar weilanden en hakhoutbosjes met dwarssloten lagen. Het begin was de drinkpoel het Schapenatje bij Kijkduin, vandaaruit kronkelde de Beek tot aan het Wijndaler­meer. Het Segmeertje in Meer en Bos is daar een restant van.

In 1621 werd de Beekmolen gebouwd die water uit de Noordsingelgracht (Mauritskade) naar het Noordeinde in de Beek voerde. De wateroverlast in het lage Westerkwartier van Segbroek leidde in 1650 tot het plan een afwatering te graven naar de Loosduinsevaart en te lozen op Delf­­lands boezem. Het Oosterkwartier en Den Haag maakten bezwaar vanwege de watertoevoer naar de Hofvijver. In hetzelfde jaar werd de loop van de Beek verkort tussen Zorgvliet en de Zeestraat. De verlaten takken van de Beek werden in de 19e eeuw weer gebruikt in de afgegraven binnenduinen, waar tuinbouw kwam. Rond het wooncomplex Couperusduin ligt nog zo’n oude zijtak van de Beek.

Daling van de grondwaterstand in de Segbroeklaagte leidde tot actie. Koning Willen II liet vanuit de Loosduinsevaart de Valkenbosvaart graven als toevoerkanaal naar de Beek. Bij boerderij Hanenburg kwam in 1847 een stoomgemaal dat drie keer per week water naar de Beek pompte. Dat was dus anders dan twee eeuwen daarvoor. De Beekmolen was toen niet meer nodig en werd afgebroken. Bij de aanleg van het Verversingskanaal in 1888 werd de Beek met een duiker onder dit kanaal geleid.

Bij de urbanisatie van Den Haag begin 20e eeuw richting Loosduinen kreeg Segbroek een natuurlijker functie. Op een andere plaats dan de gedempte Beek kwamen in de jaren ’30 en ’50 fraaie vijvers. Alleen bij de Bosjes van Pex ligt nog een recht stuk van de Beek. In de Tweede Wereldoorlog werd naast de Beek tussen Kijkduin en Zorgvliet de zigzaggende 40 meter brede tankgracht gegraven. Het gemaal Hanenburg werd in 1943 afgebroken.