Home » Het krentenboompje, Amelanchier lamarckii

Het krentenboompje, Amelanchier lamarckii

Klik voor pdf 
Na de laatste ijstijd zagen maar weinig boomsoorten uit zichzelf kans om naar noordelijke gebieden terug te keren. Dat is de reden waarom ook ons land weinig echte inheemsen kent. Het krentenboompje is een van de exoten die we hebben geïmporteerd om het soortenbestand aan te vullen.

Tot inheemse planten rekenen wij die soorten die zich zonder tussenkomst van de mens hier weer hebben gevestigd. Eén groep, met een wat minder duidelijke herkomst wordt archeofyten genoemd. Hiertoe horen planten die lang geleden via zaad, verspreiding door vogels dan wel anderszins, bewust of onbewust zijn ingevoerd en zich in het wild konden handhaven. Als peildatum houdt men daarbij het jaar 1500 aan. Wat zich daarna vestigde, valt onder de zogenaamde neofyten.

Al met al gaven deze ontwikkelingen onze natuurlijke omgeving een nogal saai en monotoon beeld. Dit kwam vooral tot uiting toen in de 17e  eeuw de grote ontdekkingsreizen begonnen. De mens kwam in gebieden waar onder ongeveer dezelfde klimatologische omstandigheden een enorme rijkdom aan soorten aanwezig bleek te zijn. Die overvloed van soorten, verschillen in vorm, kleur en vooral ook de afmetingen bleek overweldigend.
Voor natuurliefhebbers en verzamelaars was dit aanleiding om zo veel mogelijk materiaal naar Europa te halen. Op die manier ontstonden hortussen en op den duur ook boomtuinen als de Schovenhorst in Putten, de Trompenburg in Rotterdam en Kew Gardens in Engeland. Ook in de vrije natuur werden geïmporteerde bomen en struiken uitgezet maar dat ging niet altijd goed. Tot vandaag de dag zijn de meningen verdeeld over de wenselijkheid om inheemse boomsoorten te koesteren dan wel exoten te weren of om van de laatste hun goede eigenschappen juist te benutten. Zeker in een stedelijke omgeving blijken exoten het vaak veel beter te doen dan inheemse soorten.

Lieflijk krentenboompje
Er zijn nogal wat exoten die in een kwaad daglicht staan. Iedereen kent wel de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) die enorm kan woekeren en daardoor inheemse soorten verdringt. In zekere zin geldt dat ook voor de sneeuwbes (Symphoricarpos albus). Maar er zijn ook voorbeelden die minder explosief groeien en daardoor geheel zijn ingeburgerd. Eén daarvan is het lieflijke krentenboompje. Van huis uit Amerikaans maar inmiddels bij ons ook op bescheiden schaal verwilderd. Op de lichtere grondsoorten van Oost-Nederland doet hij het zeer goed en is geliefd op landgoederen. Als de krentenboompjes bloeien breekt immers het voorjaar aan. Ook op de oude duingronden in onze omgeving is hij op veel plaatsen aangeplant. Altijd ter verbetering en decoratie.

Familie van…
Het krentenboompje hoort, evenals de lijsterbes, tot de enorm grote familie van de roosachtigen en wel tot de onderfamilie malaceae. De plant heeft geen echte bessen maar vruchtjes die qua structuur op de appel lijken. In bomenboeken wordt hij nogal eens samen beschreven met de cotoneaster. Mogelijk geeft de botanische naam: amelanchier daar aanleiding toe. De betekenis daarvan is ‘mispeltje’ en de cotoneaster wordt ook wel ‘dwergmispel’ genoemd.  Deze laatste heeft een zeer compacte struikvorm en wordt daarom vaak  toegepast als haagplant. Natuurlijk bestaat hij ook als zelfstandige struik. In de nazomer zit hij propvol rode bessen en is dan een sieraad voor park en tuin. De krentenboom kennen wij voornamelijk als struik maar dan veel losser van structuur. In een gunstig geval kan hij wel tot een kleine boom uitgroeien.  

Jam van de vruchten
Als het krentenboompje bloeit, is de lente echt begonnen. De sierlijke vijfbladige witte bloempjes verdringen als het ware de dan net ontluikende koperkleurige blaadjes en het geheel geeft een tedere sfeer. Ook de heerlijke geur draagt daartoe bij. In juni en juli worden de op krenten lijkende vruchten rijp. Die  zijn dan staalblauw. Meestal blijven ze niet lang aan de boom zitten want de vogels zijn er gek op.
Natuurlijk hebben deze bessen weinig met de echte krenten te maken. Die komen van een druivensoort uit het Griekse Korinthe, vandaar de naam. Minder bekend is dat de vruchten van het krentenboompje wel eetbaar zijn. Ze zijn sappig en heel lekker en worden soms gebruikt in plaats van de echte krenten in bijvoorbeeld krentenbrood of pannenkoeken. Je kunt er ook heel goed jam van maken. Door het hoge gehalte aan pectine is daarbij geen geleermiddel nodig.  Ze zijn gezond en bevatten veel vitamine A. Om de vruchten te oogsten moet je echter wel op tijd zijn, anders zijn de vogels je voor.

Het hout en herfstkleuren
Alhoewel dun van tak en stam levert het krentenboompje ook bruikbaar hout op. Het kernhout is bruin met een rode gloed en het spint is roomkleurig. Door de fijne structuur is het zeer geschikt om gereedschapsstelen van te maken. Bij bewerking geeft dit een mooie tekening. In de herfst draagt het krentenboompje zijn steentje bij aan de kleurenpracht van dat jaargetijde. De bladeren zijn dan bijzonder mooi en als de najaarsstormen ze een beetje met rust laten, kunnen wij er lang van genieten. Ook hierdoor is het een welkome aanwinst in onze parken en tuinen.