Home » Gouden slakkenhuisbij

Gouden slakkenhuisbij

In Nederland leven 366 soorten solitaire wilde bijen. Ze dragen vaak prachtige namen als klokjesglansbij of zilveren fluitje. Meer dan de helft staat op de Rode Lijst. Lokaal neemt het aantal soorten af. De specialisten - bijen die afhankelijk zijn van een beperkt aantal soorten bloemen - hebben het zwaar. De generalisten, waaronder de door imkers gehouden honingbij, hebben een groter aanpassingsvermogen. De gouden slakkenhuisbij (Osmia aurulenta) valt onder de familie Megachilidae.

Eric Wisse. Foto Hans van Helden

 

Krakers in het duin
Het loont de moeite tijdens een wandeling ook eens door de knieën te gaan en een tijdje rond te kijken. Het duurt meestal even voordat de microwereld zich langzaam aan je waarneming begint te ontvouwen. Dan ineens word je je gewaar van allerlei leven, steeds meer. Het loopt, springt, kruipt rond of komt aanvliegen, vliegt weg… Als je dat een tijdlang volhoudt en weer opstaat, duurt het een paar seconden voor je weer bent omgeschakeld van de ene naar de andere belevingswereld. Van micro naar macro. Inzoomen is een vorm van mindfulness.

 

Soms is het niet eens nodig te knielen. Lopend over het Kwartelpad viel me op hoe een fraai ogend beestje langsvloog en ging zitten op de grond. Het bleek de gouden slakkenhuisbij te zijn.

Slakken-huis
De Westduinen herbergen bijzonder veel slakkensoorten, waaronder zeker 12 zeldzame. Huisjesslakken zijn in de duinen volop te vinden, ook omdat er veel kalk in de bodem en de planten zit. De grotere lege slakkenhuisjes zijn bij allerlei dieren in trek, als schuilplaats of, zoals bij de slakkenhuisbijen, als nestelplek. Lege huisjes van segrijnslakken en tuinslakken zijn leuk, maar die van de wijngaardslak krijgt natuurlijk extra sterren. Al is die wel weer érg groot voor de kleine bij.

 

Kwetsbaar vakwerk
In ons land komen diverse soorten metselbijen, waaronder drie soorten slakkenhuisbijen voor, die laatste allemaal zeldzaam tot zeer zeldzaam. Twee soorten komen in Haagse duingebieden voor: de gouden en de gedoornde slakkenhuisbij.
Deze soorten nestelen in slakkenhuizen. De bij legt haar eitjes in het huisje en maakt daar meerdere broedcellen in, met wandjes van bladmateriaal. Veel solitaire bijen laten in dergelijke nestelruimtes ook wat voedsel achter voor het moment dat de larve uit het ei kruipt. Ze sluit het af met een prop van fijngekauwd blad en steentjes. Daarna draait ze het met de opening naar beneden, maakt een kommetje en overdekt het geheel met wat oude plantendelen die ze uit de stooisellaag haalt.

 

Enerzijds is dit concept heel degelijk: een omhulsel van kalk is stevig! Voor de slak zelf werkte het al goed als bescherming van diens weke lijf tegen uitdroging en predatie. Anderzijds kun je je voorstellen dat er ook een kwetsbare kant aan zit. Grote grazers die huisjes vertrappen, of mensen die zich buiten de paden begeven. Onderzoek heeft inderdaad uitgewezen dat inzet van runderen bij de begrazing negatief uitpakt voor deze soortgroep.

 

Oog voor behoeften
Als je hoopt op de aanwezigheid van bepaalde dieren in een natuurgebied is het zaak je te verdiepen in de behoeften van zo’n dier. Je kunt bijvoorbeeld een ijsvogelwand bouwen of een insectenhotel plaatsen, maar als er niet voldoende voedsel in de buurt is te vinden blijft het een lege boel.

 

Talloze insecten hebben behoefte aan bloeiende planten. In het geval van de gouden slakkenhuisbij vooral vlinderbloemen, zoals rolklaver. Ook vind je de bij op lipbloemen, als de dovenetel of ruwbladigen, waaronder slangenkruid. De gedoornde slakkenhuisbij vliegt op composieten, zoals echt bitterkruid.

 

Op open plekken in de luwte is het warm en ideaal vliegen. Vanuit het beheer is het zaak oog te hebben voor dergelijke locaties en te zorgen dat ze niet compleet vergrassen, verbramen of dichtgroeien.

 

De gouden slakkenhuisbij, die zijn naam dankt aan de goudkleurige haarbandjes op het lijfje, tref je alleen aan in duingebieden. Een kalkrijk gebied herbergt dan ook veel slakken. En de variatie van het duinlandschap staat natuurlijk garant voor biodiversiteit. Bloeiende bos- en struweelranden vormen voor insecten een rijk leefgebied, maar ook randen van stuifkuilen, kruidenrijke kalkgraslanden van hogere en lagere vegetatie en daarbij horend microklimaat. En met konijnengraafjes.

 

Staand dood hout
Waar maken andere solitaire bijen hun nesten? Eerder verscheen in de Haagwinde een artikel over steilwandjes. Een duin is in de loop van decennia opgebouwd uit allemaal laagjes, soms zit er een vegetatielaag tussen, herkenbaar aan de donkere kleur. Dat geeft stevigheid aan zo’n wand van kaal zand onder de huidige vegetatie. Ligt zo’n wand mooi in de zon, dan zul je daar gaatjes aantreffen van onder meer zandbijen. Ook wordt er op de kale zandgrond genesteld, tussen klinkers, in dode, staande bomen die een beetje vermolmd raken, in holle stengels van planten. Als er maar wel een zonnetje op komt. Wie wel eens over fietspad 10 richting Meijendel rijdt zal in het deel van het pad bij de Waalsdorpervlakte tussen de klinkers vele hoopjes zand kunnen zien. In de kieren nestelen al jaren zandbijen of groefbijen.