Home » De omgevingsvisie voor Den Haag

De omgevingsvisie voor Den Haag

Na vele jaren wachten ligt nu de concept omgevingsvisie ter inzage. Het document moet kaders geven voor de ontwikkeling van Den Haag tot een groene metropool aan zee. In hoeverre is er in 2050 nog ruimte voor natuur, groen en bomen in de stad?

Caroline de Jong. Afbeelding: Kaart van Berlage uit 1908. Bron: Omgevingsvisie Den Haag

Vijf bewegingen in een strijd om de ruimte
Iedere gemeente in Nederland is verplicht een omgevingsvisie te ontwikkelen. Dit in het kader van de vorig jaar in werking getreden Omgevingswet. De AVN is op diverse momenten betrokken geweest bij het ontwikkelproces van de Haagse omgevingsvisie. Op al deze momenten, bijvoorbeeld bij het voorafgaande startdocument en ambitiedocument, vraagt de AVN aandacht voor natuur en groen in de omgevingsvisie. Daarin voelen we ons gesteund doordat elke keer dat er bij bewoners naar wordt gevraagd, groen door een ruime meerderheid als prioriteit wordt genoemd.

Mooi is dat in de visie een gebalanceerde groei wordt beloofd, in een tempo dat past bij de stad. Wat natuurlijk meteen de vraag met zich meebrengt of er geen grenzen zijn aan de groei. Verdichting in de stad is nodig om buiten de stad groene open ruimte te sparen, maar de stad moet niet onleefbaar worden. En uiteindelijk is de vraag of Den Haag wel de plek is om te blijven groeien, zo dicht bij een stijgende zeespiegel.

Het document gaat in op vijf hoofdaspecten, bewegingen genoemd.

● Het sociale aspect, thuis in een divers Den Haag, voldoende voorzieningen dichtbij, waar verschillende groepen elkaar ontmoeten.
● Ruimte voor groen en water, vergroenen voor mens en dier, biodiversiteit vergroten, inspelen op klimaatverandering, wateropvang.
● Bouwen en verbouwen in de hele stad. Het meest in het Central Innovation District (CID), de Binckhorst en in Zuidwest, en ook rondom de stations Mariahoeve, Moerwijk en Ypenburg. Met de daarbij horende mobiliteit, lopen, fietsen en openbaar vervoer. Deze keuze voor mobiliteit wordt ingegeven door de schaarse ruimte.
● Economie, onderwijs en werkgelegenheid.
● Basissystemen: de voorzieningen die nodig zijn, elektriciteit, warmtenetten en drinkwater, bescherming tegen de zee.

In het keuzeproces is het belangrijk dat iedereen vanaf het begin aan tafel zit, dat niet alles in Den Haag hoeft plaats te vinden en dat waar mogelijk functies worden gecombineerd. Voor groen is die laatste afweging meestal niet nodig, omdat het van nature al meerdere functies vervult, zoals het bevorderen van biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid, beweging en ontmoeting.

Natuur, groen en bomen beter beschermen
De Rembrandts voor de natuur zijn de Natura 2000-gebieden, Westduinen, Oostduinen/Meijendel en Ockenburgh/Solleveld. Die zijn op Europees niveau strikt beschermd en dat moet vooral zo blijven. In de omgevingsvisie staat gelukkig ook dat deze gebieden essentieel zijn en blijven voor een vitale stadsnatuur. Ook staat er dat de duinen onbebouwd blijven en dat natuur er alle ruimte krijgt. Eigenlijk zou dat ook moeten gelden voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vindt de AVN.

Waar de AVN steeds om heeft gevraagd, is dat het raadsbesluit om de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) te beschermen en versterken wordt voortgezet. De SGH zorgt ervoor dat de grote groengebieden door groene corridors met elkaar verbonden worden. Dit heeft succes gehad, want het staat helder in de visie! Er staat zelfs dat de SGH wordt uitgebreid. Dit moet vooral in het nu volgende omgevingsplan worden vastgelegd. Cruciaal daarbij is ook de duidelijke, grote, digitale kaart van de SGH. Deze kan zo in de visie. De raad heeft daar in 2016 om gevraagd. Daarbij is van belang dat de SGH na de vaststelling in 2018 ook al is geactualiseerd.

Het beschermen van de SGH blijkt in de praktijk weerbarstig. Als er gekozen is voor compensatie, zoals bij Madurodam, is die vaak van beduidend mindere kwaliteit. Zelfs als de SGH zelf wel intact blijft, wordt die niet ‘versterkt’ door de bouw van hoge muren ernaast die dieren de weg versperren. Of wanneer vlak naast de SGH hoogbouw wordt neergezet, met de bekende problemen van schaduw en windhinder. Of padelbanen met transparante wanden waar vogels tegenaan vliegen.

Positief bijdragen
Wat juist wel zou bijdragen is natuurinclusief bouwen naast de SGH. Groen op maaiveldniveau dat er op aansluit is het beste. Een alternatief vormen lage, groene daken en groene gevels die direct aansluiten op de SGH.

Als groen en bomen op maaiveld worden vervangen door groene daken, zet dan in de regels dat de constructie voldoende sterk moet zijn voor grond waar bomen en groen in groeien. En dat de daken toegankelijk zijn voor bijen, vlinders en egels. Natuurinclusief bouwen moet ook in de visie zelf worden opgenomen! Het staat er nu niet in.

Ook het groen dat aansluit op de SGH, de fijnmazige groene dooradering versterkt deze. In de visie staat: “We vinden het belangrijk om waardevolle groenstructuren die in een fijnmazig patroon door de stad lopen te behouden en te versterken. […] Vergroening tot straat- en pleinniveau […] Verbeteren netwerk van lange lijnen (hoofdboomstructuur).”

In de visie staat weinig over implementatie. Onze suggestie zou zijn de bepalingen uit de Kadernota Openbare ruimte over te nemen. Daarin staat dat minimaal het bestaande aandeel groen in de openbare ruimte moet worden gehandhaafd. Dus geen extra verharding/bebouwing. Bij alle goede voornemens in de omgevingsvisie missen we dus aanwijzingen hoe deze vertaald worden in regels van het omgevingsplan. Want alleen dan is het juridisch geborgd.

Behoud natuur en groen bij andere plannen
We zijn met name bezorgd, dat als er een strijdigheid is tussen behoud van groen en natuur en andere plannen, de “zachte” waarden het onderspit zullen delven. Het is helaas zo dat dat bij bouwen in de stad al vaak gebeurt. In de nabije toekomst komt er een nog groter bouwprogramma, niet alleen in drie gebieden, zoals nu, maar in de hele stad. Onze suggestie is: maak, voordat bouwplannen worden getekend, eerst een inventarisatie van wat er aan natuur en bomen is en ga daarna tekenen, waarbij de aanwezige bomen als mogelijk vast gegeven beschouwd worden.

Ook de aanleg van warmtenetten kan veel bomen kosten.
De auto neemt veel ruimte in beslag en veroorzaakt luchtvervuiling, uitstoot van zowel het broeikasgas CO2 als van stikstof (NOx). De visie maakt een duidelijke keuze voor snel openbaar vervoer. Maar verbetering van openbaar vervoer moet niet ten koste gaan van groen en bomen. Zo dreigt de tram door de Binck­horst, tussen CS en station Voorburg, te worden aangelegd ten koste van het weinige groen daar, ecozone Maanweg en Opa’s Veldje. Verbetering van tramlijn 9 tussen CS en de kust heeft al eerder veel bomen gekost. De oplossing is zoveel mogelijk ondergronds te gaan, bijvoorbeeld bij de voorgestelde tram dwars door de Scheveningse Bosjes.

Hoe komt de visie terecht in concrete regels?
Het was al een lang proces om tot deze omgevingsvisie te komen, het omgevingsplan, de volgende stap, wordt een nog langer proces. In 2032 moet dat plan er liggen. Na deze omvangrijke omgevingsvisie komen er nog gebiedsvisies voor de acht stadsdelen. Ook komen er omgevingsprogramma’s. Een enorme hoeveelheid bladzijdes worden volgeschreven met goede, vaak groene, voornemens. We kijken met weemoed terug naar de vroegere bestemmingsplannen. Daarin staat waar het groen is, met heldere regels, ook in de zogenoemde stedelijke milieus.