Home » Daktuinen: ruimte voor natuur in onze steeds dichtere stad?

Daktuinen: ruimte voor natuur in onze steeds dichtere stad?

De AVN stelt zich altijd op het standpunt dat er niets gaat boven grondgebonden groen, en voor echte flinke bomen kan dat ook niet anders. Maar ja, de verdichting van de bebouwing in onze steden gaat steeds verder door. Om toch iets te doen aan de biodiversiteit in de stad en de bewoners nog wat uitzicht op groen te geven, worden er dan vaak daktuinen aangelegd.

Madelein Vreeken

Is de daktuin een oplossing?
Dit artikel gaat over de binnentuinen van woningcomplexen, waarbij de tuin op een op de begane grond gelegen parkeergarage is aangelegd, want ook parkeren moet tegenwoordig op dezelfde kavel. Behalve voor de natuur, met name insecten en vogels, hebben deze daktuinen een belangrijke functie bij het opvangen en vasthouden van regenwater. De waterschappen eisen vaak dat bij verharding van een terrein, het hemelwater niet meer op de sloot wordt geloosd, maar eerst op het perceel zelf wordt opgevangen. En natuurlijk heeft beplanting een verkoelend effect op hete dagen. Verder zijn het ontmoetingsplekken voor de bewoners en speelgelegenheid voor de kinderen. Maar werkt het ook voor de natuur?

Op onderzoek
Om onze scepsis te toetsen, heeft de AVN in 2025 een bezoek georganiseerd aan twee verschillende daktuinen die vrij recent zijn aangelegd. In de zomer zagen deze tuinen er echt fantastisch uit, dat moet gezegd worden. Het bleek mogelijk om met een zeer beperkte laag grond, soms maar 30 centimeter, fraaie borders tot bloei te laten komen, grasveldjes aan te leggen en ook heesters en kleine bomen aan te planten. Deze boompjes stonden dan altijd wel in verhoogde delen van de tuin.

Een mooi voorbeeld was de tuin van Park 070 in Voorburg. Hier is de tuin aangelegd op de voormalige atoomkelder van het CBS. Op zo’n dik dak kan je met gemak een dikke teeltlaag aanbrengen en is het poten van bomen op heuveltjes niet nodig. De tuin bestaat uit een openbaar deel en particuliere tuintjes. Deze kleine particuliere tuintjes zijn verplicht beplant met planten die aansluiten bij het openbare deel, waardoor het mooi als een geheel oogt. Vanzelfsprekend zijn hoge schuttingen daar niet toegestaan, alleen lage afscheidingen.

De tweede tuin was die van het project Poortmeesters in Delft. Ook hier troffen we een prachtige bloemenweelde. Hier was de teeltlaag maar dun. Deze bestond uit speciaal daktuinsubstraat. Dit is een mix van minerale en organische componenten, waaronder lava, puimsteen, compost en humusrijke grond. De particuliere tuintjes waren hier echter allemaal betegeld, en relatief groot, wat jammer is. Ook hier geen schuurtjes of hoge afscheidingen. De ontwerpers hadden slim allerlei verhogingen aangebracht, vaak in combinatie met zitbanken, waar de bomen en struiken in aangeplant waren.

Goed voor de biodiversiteit?
Op basis van ons bezoek konden we, ondanks dat we geen onderzoek hebben gedaan naar de insectenstand, wel aannemen dat in deze tuinen de biodiversiteit een boost krijgt. Met name insecten en vogels. Wel is jammer dat dit soort tuinen, doordat ze op een gelijkvloerse parkeergarage zijn aangelegd, zo hoog liggen dat ze vaak niet toegankelijk zijn voor egels en veel andere zoogdieren. Die hebben er dus niets aan. Het bodemleven hebben we niet bekeken, maar dat zal niet veel voorstellen. Ook wordt er in het substraat soms gebruikgemaakt van staalslakken, kennelijk toegestaan, maar naar ons idee zeer onwenselijk, vanwege de zware metalen die er kunnen uitlogen.

Alle tuinen waren beplant met een mix van siergrassen en vaste planten, waarbij gekozen is voor robuuste soorten, die het bij goed beheer vele jaren kunnen volhouden. De soorten zijn aantrekkelijk voor bestuivers en zo gekozen dat er een lange bloeiboog ontstaat.

Constructie
Een derde tuin hebben we niet bezocht, omdat deze alleen nog op papier bestaat. Dat betreft de ‘hoftuin’ van het woongebouw ‘de Horst’, op dit moment in aanbouw in Leidschendam. Ook hier kleine privé-tuintjes, afgescheiden met hagen, en een grote openbare ruimte. Hierin komt wèl een grote boom, maar die wortelt in de grond en steekt door een gat in het dak van de parkeergarage! Ook hier een dunne laag van daktuinsubstraat die varieert van 25 cm tot 70 cm dik voor de bomen. Onder dit substraat ligt een drainagelaag van 10 cm, die het water moet opvangen, of bij overmaat moet afvoeren naar een waterberging, waar het in droge tijden uit opgepompt kan worden.

Conclusie
Het zwakke punt van deze tuinen is naar ons idee de kwetsbaarheid: de ontwerper noemt het zelf een ‘technische tuin’. Dat wil zeggen dat het geheel afhankelijk is van de beregeningsinstallatie en de sensoren die het vochtgehalte van de grond meten en regelen. Een storing of een lekkage in al die pompen, slangen en sproeiers zal met name in de zomer direct een schadelijk effect hebben op de vegetatie. Ook het onderhoud moet oordeelkundig gebeuren, wat geld kost, en betrokkenheid van de bewoners. Allemaal zaken die bij een grondgebonden tuin veel minder snel een probleem zijn. Deze zal dus altijd duurzamer zijn. Ook kunnen er nooit echt grote bomen komen te staan.

Daktuinen kunnen een mooie, maar kwetsbare, oplossing zijn in het realiseren van groen en bloemen dicht bij de mensen in het hoogstedelijke milieu, wat hard nodig is. De bijdrage aan de biodiversiteit is er wel, maar gaat niet zo ver als bij een grondgebonden tuin.