Home » Bosjes van Pex en omgeving

Bosjes van Pex en omgeving

De Bosjes van Pex en het naastgelegen Wapendal vormen een restant van de aloude binnenduinen tussen Zorgvliet en Ockenburgh. Dit gebied valt op door hoogteligging, reliëf en begroeiing.

Frans beekman

Dekkersduinen
De ondergrond van Den Haag bestaat uit een aantal evenwijdige strandwallen met lage duinen. De strandwal van Zorgvliet tot Ockenburgh is ongeveer twee kilometer breed. In de 4000 jaar sinds het ontstaan van de wal is het duinzand ontkalkt. Ernaast in de moerassige strandvlakten ’t Kleine Veentje en het Segbroek lagen rechtgetrokken duinbeken, zoals de Haagse Beek.

Aan de zeekant van deze binnenduinen liep in de middel­eeuwen de Rijnweg, waarlangs vele kleine boerderijen stonden. Op een kaart uit 1712 staat ‘Klingen en Geest Landen’. Op de klingen met heide en eikenbosjes graasden schapen. De duinakkertjes heetten ‘geest’. In het naastgelegen Segbroek groeide elzenhakhout en lagen weilanden. Schilders van de Haagse School kwamen graag in dit arcadische landschap dichtbij de stad. Sinds de 19e eeuw heette het Dekkersduin(en).
Een bijzondere juridische status hadden het Oostblok, Middelblok of Beektiend en Westblok. Op deze oude tiendblokken rustte het kerkelijk recht op het tiende deel van de opbrengst ten behoeve van de armenzorg en het onderhoud van de kerk. Hier was nog lang het oorspronkelijk landschap te zien. Op topografische kaarten zijn de tiendblokken in (heide)roze aangegeven.

Afzandingen
In de tweede helft van de 19e eeuw begonnen tussen de latere Laan van Meerdervoort en de Loosduinsevaart grootschalige afzandingen, net als eerder bij de stad. De binnenduinen werden met twee tot drie meter verlaagd tot een halve meter boven NAP. Het zand werd met schuiten afgevoerd. Dit afzanden was winstgevend: het zand werd gebruikt voor aanleg van straten in de nieuwe wijken, en als grondstof van een kalkzandsteenfabriek. Het gebied Eik­enduinen bleef op de oorspronkelijke hoogte.

Op de aldus gevormde ‘geestgronden’ kwamen tuinderijen. Centraal op de Dekkersduinen werd tussen 1904 en 1930 de zes kilometer lange Laan van Meerdervoort aangelegd. Ten noordwesten hiervan werden voor de bouw van de Bomenbuurt, Bloemenbuurt en Bohemen de binnenduinen afgezand. In dit deel van de Dekkersduinen lagen de laatste resten binnenduin. Het Oostblok werd afgezand in de jaren 1880. Vincent van Gogh tekende er de zandspitters. Later verrees hier de luxe woonwijk Duinoord. Na 1900 rolde de stadsuitbreiding over het tuinbouwgebied en de restanten binnenduin. Hiertegen kwam meer en meer protest van natuurliefhebbers en kunstenaars.

Natuurbescherming
De sterke urbanisatie van Den Haag riep reacties op. De landelijk opkomende natuurbescherming werd aangevoerd door Jac. P. Thijsse. Het leidde tot actie van de plaatselijke afdeling van de (K)NNV. Zij slaakten de hartenkreet ‘Mag er soms ook nog wat natuurschoon blijven bestaan?’ In 1911 stuurde die afdeling een rekest aan het gemeentebestuur om een restant van de Dekkersduinen te sparen. Het ging om het behoud van het Middelblok of Beektiend tussen Laan van Meerdervoort, Valkenboskade, Hanenburgweg en Goudenregenstraat (nu Bomenbuurt).

De actie was voorafgegaan door de uitgave van de brochure ‘Om ’s-Gravenhage’ in 1911 door H.R. Hoogenraad en F.K. Iterson, die in 1908 de ‘Flora van de omstreken van ‘s-Gravenhage’ hadden gepubliceerd. De bijzondere plantengroei van de kalkarme Dekkersduinen was daarin vastgelegd. Het protest leverde echter niets op. Volgens het gemeentebestuur zou aankoop leiden tot ‘een kale zandwoestenij’. Voor de bouwondernemingen bleef natuur reservebouwgrond, het financieel belang ging voor. Toch hebben de acties 15 jaar later meegespeeld bij het behoud van het Wapendal in 1926. Dat lag in het Westblok, het tiendblok tussen de Bosjes van Pex en de Laan van Meerdervoort.

Bosjes van Pex
De stadsuitbreiding was omstreeks 1920 gevorderd tot de Goudenregenstraat. Ten zuidwesten ervan lagen nog stukken oude binnenduinen. Op de overgang naar de weilanden langs de Haagse Beek lag de rij boerderijen. Voor de aanleg van de aangrenzende Bloemenbuurt werd ook weer zand afgegraven. Vanaf de Daal en Bergselaan (1923) leidt een trap 2,7 meter omlaag naar de Hyacinthweg. In dezelfde tijd begon de Plantsoenendienst met de aanleg van de Bosjes van Pex. De boerderijen werden ingepast met bosaanplant. Er kwamen sport- en speelvelden. Ook startte het tennispark Berg en Dal. Langs de Haagse Beek lag (tot 1963) een ijsbaan. Twee maneges kregen een plek. Park en sport zouden ieder een deel krijgen. Tegenwoordig is dit ‘meervoudig gebruik’ sterk uit evenwicht, want sport neemt wel heel veel ruimte in.
De binnenduinen met hun hoogte en reliëf zijn nog herkenbaar in het deel van de Bosjes van Pex grenzend aan de Daal en Bergselaan. De hoogte is twee à vier meter boven NAP. De wandelpaden volgen het reliëf. Alleen in het Wapendal is de oorspronkelijke vegetatie nog te zien.

Een verwoestende ingreep was in de Tweede Wereldoorlog ook de aanleg van de tankgracht naast de Haagse Beek. Landwaarts werd een strook bebouwing van 300 meter afgebroken als schootsveld. Het tennispark Berg en Dal werd gespaard. De Duitse directeur en de tennis spelende officieren zouden afbraak van de oude duinboerderij hebben voorkomen.