Home » Haagse Vlietzoom: lakmoesproef voor natuurbeleid

Haagse Vlietzoom: lakmoesproef voor natuurbeleid

Maandagochtend 11 mei, iets na zeven uur. We lopen over het graspad tussen de watergang en de boomsingel naast de golfbaan Leeuwenbergh, parallel aan de A4. Riet beweegt in de wind, een meerkoet zwemt rustig rond, een haas schiet weg, een putter foerageert in de bomen. Precies op deze plek wil Den Haag een nieuwe ontsluitingsweg aanleggen voor zwaar verkeer richting een mogelijk afvalcluster in de Vlietzoom.

Sander Wennekers

De gedachte dat dit alles zou verdwijnen is huiveringwekkend. De AVN spreekt voortdurend over dit gebied in bij de gemeenten die het betreft en bij de provincie. Zo is de Haagse Vlietzoom in korte tijd veranderd van een vrij onbekend stadsrandgebied in een van de meest omstreden ruimtelijke dossiers van de regio.

Wat staat er op het spel?
Wie de Vlietzoom ziet als ‘restgrond’ tussen snelwegen en bedrijventerreinen, ziet niet wat dit gebied werkelijk is. De circa 300 hectare grote zone tussen Leidschendam en Rijswijk vormt een groene buffer in een verder sterk verstedelijkte omgeving. Het landschap is een mozaïek van oude buitenplaatsen, volkstuinen, sportvelden, waterbergingen, groene woonbuurten, een natuurrijke golfbaan en het karakteristieke vijfslagenlandschap van de Vlietweide. Tegelijk is het een ecologische verbinding tussen groengebieden richting Delft, Midden-Delfland en Leiden.

Voor bewoners van omliggende wijken betekent de Vlietzoom meer dan alleen ‘groen’. Het gebied zorgt voor verkoeling, opvang van water, schonere lucht, afscherming van verkeersgeluid en ruimte voor wandelen, fietsen en sporten. Juist in een dichtbebouwde regio worden zulke plekken steeds belangrijker.

Dat besef leidde in 2022 tot het provinciale ambitiedocument Toekomstbeeld Vlietzone, opgesteld samen met meerdere gemeenten, waterschappen en andere partijen. Daarin werd de hele Vlietzone, waar de Vlietzoom een onderdeel van is, beschreven als een essentiële, langgerekte groene schakel tussen Delft en Leiden, en een gebied voor biodiversiteit, wateropvang, ontspanning en leefbaarheid. Den Haag werkte mee aan het document, maar ondertekende het uiteindelijk als enige van de betrokken overheden niet. Inmiddels wordt steeds duidelijker waarom.

Den Haag zoekt ruimte voor functies die onder druk staan door de grootschalige woningbouwplannen in de Binckhorst. Daarbij kijkt het college al jaren nadrukkelijk naar de Vlietzoom als mogelijke locatie voor onderdelen van het afvalcluster uit de Binckhorst, inclusief nieuwe infrastructuur voor zwaar verkeer. Vanuit de huidige logica van ruimtelijke ordening is dat wellicht begrijpelijk: de stad groeit snel en de druk op de ruimte neemt toe. Maar voor bewoners en natuurorganisaties voelt het alsof juist de laatste groene ruimte van de stad opnieuw wordt ingezet als opvangplek voor ongewenste stedelijke functies. Vanaf eind 2024 liep de spanning snel op. Bewonersgroepen, natuurorganisaties en samenwerkingsverbanden zoals de Vlietzoom Alliantie trokken gezamenlijk op tegen de Haagse plannen. Ook de AVN is daarbij intensief betrokken.

Natuurwaarden als sluitpost
Omdat de gemeente zelf geen onderzoek had gedaan naar de bestaande natuurwaarden, heeft de AVN begin 2025 op eigen initiatief, met hulp van KNNV, IVN en Haagse Vogelbescherming, een natuurinventarisatie uitgevoerd. De resultaten waren opvallend. In het gebied blijken bijna 1.800 soorten planten, dieren en paddenstoelen voor te komen. De Vlietzoom herbergt onder meer de groene specht, ijsvogel, sperwer, ransuil, egel, haas, steenmarter, hermelijn, de rosse vleermuis en talloze insectensoorten. Vooral de lange boomsingel langs de golfbaan, waar Den Haag inmiddels een nieuwe ontsluitingsweg heeft gepland, geldt als ecologisch waardevol.

Tegelijk groeit ook de politieke weerstand. In de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg en in Provinciale Staten werden kritische moties aangenomen. Ook binnen de Haagse gemeenteraad bestaan grote twijfels over de huidige koers. Ogenschijnlijk gaat het debat over één weg en één afvallocatie, maar in feite is hier een veel fundamentelere vraag aan de orde: hoe ga je in een volle regio om met de laatste open groene ruimte?

In veel Nederlandse ruimtelijke dossiers gebeurt namelijk hetzelfde. Eerst worden woningen, bedrijventerreinen en infrastructuur ingetekend. Daarna pas volgt de vraag hoeveel ruimte er overblijft voor natuur. Als dat te weinig blijkt, wordt gezocht naar compensatie elders. Maar oude landschappen, volwassen bomen en bestaande ecosystemen laten zich niet eenvoudig vervangen. Zo wordt de natuur maar al te vaak een sluitpost van de ruimtelijke ordening.

De AVN en andere tegenstanders van de Haagse plannen zeggen daarbij niet alleen ‘nee’. Vanuit bewonersorganisaties, landschapsdeskundigen en natuurorganisaties zijn inmiddels ook alternatieven ontwikkeld, waaronder het plan van de Vlietzoom Alliantie voor een Cultuurlandschapspark. Hierin is ook ruimte voor bedrijvigheid, maar staan natuur, recreatie en leefkwaliteit centraal. Ook wordt gepleit voor serieuzer onderzoek naar andere oplossingen voor het afvalcluster, bijvoorbeeld via Avalex of andere regionale samenwerking, of via slimmere inpassing op de GAVI-kavel of bestaande bedrijventerreinen.

Ondertussen is het politieke debat nog lang niet afgerond. De huidige voorkeursvariant van Den Haag vormt geen definitief eindbesluit. De komende periode volgen verdere onderzoeken, milieubeoordelingen en politieke afwegingen. Als dit artikel verschijnt, kunnen onderdelen van het dossier alweer veranderd zijn.

Maar één ding lijkt nu al duidelijk: de strijd om de Haagse Vlietzoom gaat uiteindelijk niet alleen over dit gebied zelf. Het is ook een lakmoesproef voor de vraag welke plaats natuur nog krijgt in een steeds voller Nederland.

Ruimte is schaars. Soms lijkt politieke moed nog schaarser.