Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Voorstellen voor het beheer van de Scheveningse Bosjes

Voorstellen voor het beheer van de Scheveningse Bosjes

De AVN doet hierbij voorstellen voor het beheer van de Scheveningse Bosjes, ten behoeve van het beheerplatform Scheveningse Bosjes en/of de denktank Scheveningse Bosjes/Westbroekpark.
In dit document worden, naar aanleiding van eerdere beheerdocumenten, voorstellen gedaan door AVN-leden en derden die zich betrokken voelen bij het natuurschoon van de Scheveningse Bosjes, incl. Belvedereduin en Waterpartij. Reactie van geïnteresseerden zijn welkom via info@avn.nl
1. Algemene doelstellingen

1.1. Samenstelling van het bos

Algemene doelstelling is biodiversiteit van de Scheveningse Bosjes.  Het streven is een gemengd, divers bos, met verschillende soorten, jong en oud. Wat de flora betreft geldt dat voor alle lagen, bomen, struik- en kruidlaag.
Het bos is in de 19e eeuw aangelegd. Grote delen van het bos zijn gekapt tijdens de oorlog, zowel door de bezetter ten behoeve van de aanleg van de Atlantikwall, als door Hagenaars om hun energievoorziening aan te vullen. Na de oorlog is het bos snel herplant.

In de volgende gebieden hebben bomen de oorlog wel overleefd, omdat deze zich in het Sperrgebiet bevonden of in gebieden met meer toezicht:
- langs de Scheveningseweg, monumentale oude bomen, beuken, lindes, eiken enz.
- op het Belvedèreduin evenals het gebied tussen Duinweg en waterpartij, oude eikenstoven  en ruim honderd jaar oude Corsicaanse dennen
- achter het Promenade Hotel-Crowne Plaza,  gemengd bos, dennen en loofbomen
- tussen Haringkade en Gerbrandyweg, gemengd loofbos 

De omstandigheden in verschillende delen van het bos kunnen variëren, natter of droger, andere grondsamenstelling: rijker en armer, meer of minder kalk. Gevolg is een daaraan aangepaste flora. Biodiversiteit wil zeggen dat er verschillende soorten/variëteiten aanwezig zijn waarbij variatie binnen de soort.

•    Daarvoor is belangrijk dat er bomen aanwezig zijn van verschillende leeftijden. Naast jonge bomen zijn ook oude bomen (met holten) en dood hout belangrijk voor een diversiteit aan zwammen, insecten en micro-organismen. Die op hun beurt weer andere soorten aantrekken, amfibieën, eekhoorns en vogels.
•    Voor (het behoud van) de biodiversiteit is het belangrijk gefaseerd te werk te gaan, deelgebieden aan te pakken, niet het hele bos in een klap “een grote beurt” geven.
•    Voor het bos is er een voorkeur voor inheemse soorten, maar exoten worden niet uitgesloten.
•    Woekerende soorten als esdoorn, braam en sneeuwbes kunnen gefaseerd worden teruggedrongen. Verwijdering dient alleen te geschieden als andere bomen of struiken in de plaats worden geplant (voor beheer esdoorns zie verder 2.2. hieronder).  Sneeuwbes is functioneel voor de vogels, muizen, egels, die er onder schuilen, scharrelen. De struiken dienen ook als functie-scheiding tussen ruiterpad en wandelpad, wandelpad en fietspad, en ze voorkomen dat honden makkelijk overal kunnen doordringen.
De taxus of venijnboom moet in de gaten gehouden worden. Ze zijn extreem giftig o.a. voor paarden (0.02gr/kg is dodelijk). Daarom moeten ze in een brede strook om de ruiterpaden verwijderd worden.
•    Invasieve soorten als bijv. Japanse duizendknoop  moeten worden aangepakt. Zie hieronder beheersmaatregelen 2.7.
•    Stinsenplanten moeten worden bevorderd. Voor beheermaatregelen zie 2.6. Er is een inventarisatie gemaakt van het voorkomen ervan: sneeuwklokjes, narcis, vingerhelmkruid, anemoon, aronskelk, vogelmelk, daslook, wilde hyacint, lelietje der dalen, blauwe druifjes, krokus, kraailook enz. Het is belangrijk om die te kunnen beschermen.
De boshyacinten doen het niet zo goed als vingerhelmbloemen en anemonen. Volgens het rapport zijn bosanemonen zeldzaam in de Scheveningse Bosjes. Toch komen deze wel degelijk plaatselijk voor. In het vroege voorjaar zijn er heel veel sneeuwklokjes, vooral rond het Belvedèreduin en de waterpartij. Kraailook en daslook nemen toe. Minder goed gaat het met het gevlekt longkruid en de winterakoniet  (voorkomen van beide laatst genoemde soorten wordt in het inventarisatierapport niet genoemd). 
•    Voor de open stukken in het bos/graslanden kan gestreefd worden naar een hogere biodiversiteit en minder soorten van verstoorde, voedselrijke plekken als brandnetel, braam, ridderzuring enz.
•    Bij de ingangen en langs de randen staan ook veel brandnetels. Daar wordt gemaaid en in het bos niet. Een alternatief zou kunnen zijn om struikjes tot de rand te laten staan. Dat is mogelijk minder werk dan naast de stoepen en paden een rand wegmaaien. Daar groeien vaak brandnetels, die in sommige jaren hinderlijk tot over de paden reiken.
•    Brandnetels zijn van belang voor insecten en vogels als de nachtegaal (voedsel, beschutting), maar in de Scheveningse Bosjes zijn ze wel dominant, vooral in de zomer (83% van de plots). Andere soorten die veel voorkomen zijn kleefkruid, hondsdraf, fluitenkruid, geel nagelkruid, zevenblad en klimop, look-zonder-look, koekoeksbloem, en klein springzaad. Veel daarvan wordt beschouwd als verstoringsindicatoren (Haagse Bossen p169). Ze horen echter op deze bodem thuis en leveren hun bijdrage aan de biodiversiteit.

1.2. Aanzien van het bos
Uit het oogpunt van de wandelaar is het fijn om even weg te zijn in de natuur. Er lopen veel wegen door de Scheveningse Bosjes, maar die wil men liever niet overal kunnen zien. Stukken met dichte begroeiing tussen paden en wegen voorkomen dat. Daarom is het beter niet te veel esdoorns en sneeuwbes tegelijk weg te halen. Dat is ook beter voor vogels, die dan beschutting kunnen blijven vinden.

1.3. Aanwezige fauna
De vos komt niet alleen voor in de stadskant van de Scheveningse Bosjes en elders in de stad, hij  wordt ook regelmatig gezien op en rond het Belvedèreduin, dus de kaart van het inventarisatierapport (pag 9) klopt niet wat dat betreft.
De egel is niet aangetroffen in de Scheveningse Bosjes maar wordt volgens het rapport wel verwacht. Inderdaad wordt hij af en toe gezien rond het Belvedèreduin, en zijn er ook platgereden exemplaren aangetroffen op de Prof. Teldersweg.
De Scheveningse Bosjes (inclusief Waterpartij, Belvedèreduin enz.) vormen een foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.
Er is een kleine populatie van de rode eekhoorn. In 1994 zijn ook bunzing en konijn waargenomen.
Er is (nog) weinig informatie over amfibieën en insecten in de Scheveningse Bosjes. De gewone pad komt overal in het gebied voor.
Bij de begraafplaats aan de Kerkhoflaan kwamen in 1994 groene kikker en kleine watersalamander voor, bij de waterpartij de kleine watersalamander.
Er wordt een nieuwe vogelinventarisatie gemaakt.
Het zou goed zijn als er ook gegevens worden gepubliceerd over het gebruik van de faunapassage onder de Teldersweg.

2. Beheermaatregelen
De biodiversiteit van Park Sorghvliet is hoog. Zijn er succesvolle beheermaatregelen die daar vandaan kunnen worden overgenomen? Handhaving struiklaag? Minder kap van grote/oude bomen?
Of ligt het grote aantal vogelsoorten en boommarter/bunzing aan de aanwezigheid van oudere bomen en afwezigheid van honden?
Om voldoende rust in het bos te bewaren wordt niet ieder jaar overal in alle bossen gedund (Haagse Bossen p32) . Het bos is ingedeeld in vijf stukken, dunningsblokken, waar om de vijf jaar beheermaatregelen worden uitgevoerd, indien de noodzaak daartoe aanwezig is. Het is goed om het beleid voort te zetten om de vijf jaar een deel van het bos te bekijken, welke maatregelen moeten er worden genomen. Wel moet worden nagegaan of de huidige vakken de juiste omvang hebben.

2.1 Dunningen
Er worden bij elke dunning veel grote bomen weggehaald. Worden er niet te veel grote bomen weggehaald? Is dat zeventig jaar na aanplant nog nodig?

2.2 Esdoorns
Op veel plekken in het bos staan grote massa’s esdoorns.
•    Er zijn esdoorns die concurreren met oude dennen en eiken. Die moeten als eerste prioriteit worden verwijderd. Veel daarvan kunnen niet meer handmatig door vrijwilligers worden verwijderd, omdat hun stam te dik is. (Voor de eikenclusters op het Belvedèreduin, zie beheerparagraaf Jan den Ouden). Het is makkelijker om al in een eerder stadium esdoorns die te dicht op eiken en dennen staan te verwijderen.
•    Voor een effectievere methode om esdoorns te verwijderen zijn drie mogelijkheden:
-    om de tien jaar bij de grond afzagen, zo laag mogelijk, zodat er esdoornstobben ontstaan, een soort struiklaag van esdoorns (zie Jan den Ouden).
-    Alle esdoorns in een gebied worden verwijderd en vervangen door aanplant van andere soorten: eiken, (volgens het inventarisatierapport ook den of berk) en struiken.
Wat is nog meer mogelijk: abeel, Spaanse aak, tamme kastanje, populier? In dat geval moet de opslag van esdoorns wel worden verwijderd.
Een alternatief is om beuk, winterlinde en hazelaar aan te planten, waarvan er minder risico is dat ze worden weggeconcurreerd door de esdoorn. (Pas op bij beuk, want die concurreert sterk m.b.t. licht)
Zie ook Handleiding Haagse bossen, de voorkeur is aanplant van eik, berk, linde, kers, es, abeel en meidoorn.
-    De esdoorns worden gedund zodat een stuk esdoornbos ontstaat.
•    In het inventarisatierapport wordt er op gewezen dat de esdoorns ook een positief effect hebben, ze remmen de sterke uitbreiding  van gewone braam en brandnetel (pag 24: “Misschien heeft Gewone esdoorn daarom een minder negatief effect op specifieke bos- en stinzenplanten dan we denken.”)

2.3. Corsicaanse den op het Belvedèreduin
    In het inventarisatierapport is kort aandacht voor de den. Er wordt geschreven over de waarde voor recreanten en de historische waarde. Er wordt voorgesteld om de den op verjongingsplekken toe te passen en ook te gebruiken in een menging. Voor de bestaande dennen wordt voorgesteld stevig te dunnen. AVN en omwonenden hebben al meermalen te kennen gegeven geen voorstander te zijn van dunning van de Corsicaanse dennen op het Belvedèreduin.  Het is belangrijk deze 100-jarige bomen te behouden en niet weer te dunnen.
Zie Handleiding Haagse Bossen p99: “In het Belvedèregebied zullen uit cultuurhistorisch oogpunt de groepen Corsicaanse dennen zo lang mogelijk worden gehandhaafd, ook al passen deze niet in de PNV (zie Den Ouden, 2011).” (PNV): potentieel natuurlijke vegetatie)
De dennen zijn ook van belang voor de eekhoorn.

2.4 Struiken
•    Sneeuwbes en braam kan worden weggehaald en vervangen door soorten als vlier, kardinaalsmuts,  meidoorn, egelantier, hazelaar, lijsterbes, liguster, kerspruim, hulst, kornoelje, inlandse vogelkers, sleedoorn, vuilboom, Spaanse aak, Gelderse roos enz. Het duurt echter lang voordat er weer een dichte begroeiing ontstaat.
Op plaatsen waar aan de randen van het bos sneeuwbes is weggehaald zonder vervanging groeit nu vooral braam en brandnetel. De Scheveningse Bosjes scoren al hoog wat betreft verstoringsindicatoren als brandnetel.
Langs de Scheveningseweg is de sneeuwbes gehalveerd voor de sociale veiligheid. Dat is een succes, daar is geen braam en/of brandnetel voor terug gekomen.
Op plekken waar weinig verstoring is, zou men kunnen overwegen sneeuwbes te verminderen t.b.v. stinsenplanten. Dan moet men wel regelmatig de opslag van bramen en brandnetels verwijderen.
•    Bij de waterpartij is bosplantsoen met kardinaalsmuts enz. aangeplant, maar daar moet regelmatig braam worden weggehaald.
•    Rhus groeit op twee plekken, onder de Ver Huellweg en langs de Gerbrandyweg bij de fietscrossbaan. Deze struik groeit mooi dicht, daar is weinig onderhoud nodig. Graag laten staan, of snoeien, en niet weghalen zoals een paar jaar geleden bij de Gerbrandyweg is gebeurd. (De azijnboom kan net als andere woekeraars reageren op snoei door ondergronds uit te lopen meters ver, daar kan een tijdje overheen gaan en dan plots is hij daar. Bij de Gerbrandyweg komt hij inderdaad op sommige plekken terug, maar er groeit nu vooral veel brandnetel).
•    Langs sommige paden aan de stadskant is een mooie boszoom met verschillende soorten struiken, kardinaalsmuts enz. 

2.5 Open gebieden in de Scheveningse Bosjes
•    Voor de open stukken/graslanden/bermen kan worden gestreefd naar meer biodiversiteit. Bijvoorbeeld met behulp van het maaibeleid of handhaving van de opruimplicht. Is inzaaien plaatselijk ook een optie?
•    In het bos en langs het water zijn open stukken met gras en kruiden.
•    Aan de kant van de Kerkhoflaan is ook een vlakte met zand.
•    Sommige open stukken groeien dicht met bramen, vooral kleine stukken op het Belvedèreduin.
•    Op het grasland van het Belvedèreduin is nu geen hoge diversiteit aan soorten, veel smalle weegbree (een tredplant). Daar is moeilijk iets aan te doen. Maaibeleid, opruimplicht? 
•    Planten die zich als pionier vestigen op verstoorde bodems aan de rand van het bos zijn brandnetel,  bramen en andere ruigtekruiden. Minder bemesting en afvoeren van het maaisel zijn de beste bestrijdingsmethodes. Brandnetels hebben geen fraaie bloemen maar dieren als vlinders en nachtegalen zijn er blij mee. Dat brandnetels zich vestigen bij de ingangen van het bos, aan omgewoelde randen & in losloopgebieden is niet zo vreemd, want het zijn nitraatminners. Opruimen van hondenpoep is noodzakelijk maar helpt slechts gedeeltelijk tegen de vermesting want hondenpis is net zo nitraatrijk en valt niet te verwijderen.
•    Op het talud tussen Cremerweg en Nieuwe Parklaan is wel een veldje met hoge biodiversiteit.  Er is daar een zeer zorgvuldig maaibeleid. Er komen weinig honden.  Het verdient aanbeveling om de 2 stukken apart te maaien.
•    Langs de Haringkade tussen Cremerweg en Madurodam groeien akkerhoornbloem, margrieten en teunisbloemen en langs de Teldersweg slangenkruid. Die worden soms te vroeg afgemaaid. Misschien kan daar wat minder vaak worden gemaaid. Dat is de laatste twee jaar beter. Langs de Haringkade tussen Cremerweg en Nieuwe Duinweg is in 2015 een bloemenmengsel ingezaaid. Ook belangrijk daar bij het maaibeleid rekening mee te houden.

2.6 Maatregelen t.b.v. van stinsenplanten
Het geniet de voorkeur om stinsenplanten zo min mogelijk te verstoren. Volgens het inventarisatierapport is het belangrijk dat ze niet worden betreden en vergraven. Daartoe is het mogelijk noodzakelijk dat honden aan de lijn moeten op bepaalde stukken. Lichttoevoer is ook van belang. Daarnaast is het belangrijk dat er ruimte blijft voor de vegetatie die op komt nadat de voorjaarsbollen zijn uitgebloeid en deze in alle rust hun bovengrondse gedeelten kunnen laten afsterven. (Bijv. aronskelken). 
Eventueel kunnen bolletjes van hyacintjes worden toegevoegd, zoals aan overzijde gebeurt in Sorghvliet, maar dan wel op plekken waar er nog geen groeien. Bijvoorbeeld op open stukken langs paden.

2.7 Bestrijding invasieve soorten

Voor de invasieve soorten Japanse duizendknoop en Amerikaanse vogelkers is het beter te voorkomen dat deze voet aan de grond krijgen. Dit gezien vervelende ervaringen elders. De Amerikaanse vogelkers is in de 19e eeuw aangeplant maar komt volgens bovengenoemde inventarisatie maar af en toe voor. Japanse duizendknoop is op een plek aanwezig, tegenover het benzinestation. Het is belangrijk uitbreiding in de kiem te smoren en ook de bron weg te halen.
De inventarisatie noemt nog als invasieve soorten: bonte gele dovennetel en reuzenberenklauw (zie kaart p45). De laatste moet volgens het beheerplan 1995 actief worden bestreden om uitbreiding te voorkomen. De gemeente vraagt op haar website de plant te melden. De exoot prachtframboos komt hier weinig voor.
•    In het beheerplan 1995 staat dat klimop moet worden bestreden als bomen in hun groei worden belemmerd en ter voorkoming van het dichtlopen van open plekken waardoor andere soorten geen kans meer krijgen. Daarin moet men voorzichtig omspringen. Klimop heeft ook grote natuurwaarde, zowel als voedselplant (nectar bloemen) als schuil- en nestgelegenheid.


Early warning system
Stel een goed “early warning system”  op zodat de populatie van de exoten goed in de gaten gehouden kan worden.  Het gedrag van deze planten en dieren hoeft binnen een bepaald habitat nog niet direct schadelijk te zijn. Hoe meer bekend is over natuurlijke inperking hoe belangrijker het kan zijn, ook voor andere gebieden.
Werk ook samen met andere partijen, ook buiten de landsgrenzen, om een beter beeld te krijgen van de impact van de zaken.
Op basis van het “early warning systeem” kan een aangepast beheerplan worden gemaakt.  Het beheer dient te geschieden volgens de laatste nieuwe inzichten en de meest milieuvriendelijke technieken. Gebruik van glyfosaten en compleet afgraven van delen van het bos zijn daarbij uitgesloten.
‘Voorkomen is beter dan genezen’ wanneer planten te beheersen zijn door selectief beheer om de inheemse soorten te bevorderen dan heb je een “best practice” in handen die je kan delen met andere gebieden
Alarmlijst: selectief bevorderen van de inheemse soorten/ gewenste soorten
Bewakingslijst: snel ingrijpen, herstellen en bevorderen van de inheemse soorten/ gewenste soorten. Bijv. reuzenberenklauw.
Zwarte lijst: blijven ingrijpen, degelijk beheerplan en bevorderen van de inheemse soorten / gewenste soorten & frequent onderhoud
Bovengenoemde Japanse Duizendknoop en Amerikaanse Vogelkers behoren op de zwarte lijst.


2.8 Paden en parkmeubilair
•    Het is niet nodig/ gewenst alle paden te asfalteren. Paden van zand, schelpen of half verharding voldoen op de meeste plekken evenzeer. Alle paden behoeven  regelmatig onderhoud.  Het aantal paden kan worden verminderd t.b.v. flora en fauna.
•    Paden hoeven niet breder te worden dan ze nu zijn, ook verlichting is niet nodig. Er zijn al voldoende rustige wegen en paden met verlichting. Zie kaartjes routes door bos en park
•    Verder verdient het aanbeveling om vernielingen, schade aan de paden, graafschade van honden en bomen op de ruiterpaden snel te kunnen melden. Wanneer de schade hersteld wordt dan nodigt het niet verder uit om nog meer schade toe te brengen.
•    Veel van de nieuwe bankjes zijn ondergraven, beklad met graffiti en één is in brand gestoken. Regelmatig onderhoud en toezicht blijven nodig.
Bij de Duinweg (stuk bij de Waterpartij) mogen grotere vuilnisemmers geplaatst worden. Dit is een populaire plek voor kinderpartijen, bostochten van jeugdverenigingen, lasergames. Bij aankomst en vertrek wordt er van alles ingepropt. Als de bakjes vol zijn, ligt het dan vol met chipszakjes, blikjes enz. Ook wordt hier regelmatig illegaal vuil gestort. (Ervaring leert dat vuilbakken, vuil aantrekken. Je kunt er ook voor kiezen om ze te verwijderen. Mensen moeten hun vuil dan zelf mee naar huis nemen. Men zou hiermee op een plek kunnen experimenteren, een bord neerzetten. De organisatoren van games en partijen erop aanspreken dat ze het vuil meenemen.)
Ook de vuilnisbakken bij de waterpartij stromen regelmatig over als het mooi weer is geweest.

2.9. Fauna
Het zou een goed idee zijn om touwbruggen te maken opdat de eekhoorn kan oversteken tussen Sorghvliet en Scheveningse Bosjes (zie zoogdierrapport p30). Een verbinding tussen de verschillende delen van de Bosjes aan weerszijde van de Prof. Teldersweg  is ook van groot belang. Er is daar wel een faunatunnel. In hoeverre wordt daar gebruik van gemaakt? 
Katten vormen ook een gevaar voor de eekhoorn. Wellicht kunnen soorten bomen/struiken worden aangeplant die gunstig zijn voor de eekhoorn: dennen, hazelaar, walnoot, tamme kastanje?
Het is een mogelijkheid met zenders te onderzoeken hoe de vos zich door het gebied verplaatst.

3. Korte termijn actie
•    In februari 2016 zijn in de hele Scheveningse Bosjes heel veel grote bomen aangekruist. Die zouden een gevaar opleveren (VTA).
Het kan zijn dat door de afgelopen uitzonderlijke natte wintermaanden bomen zijn gaan rotten.
Is het mogelijk die bomen opnieuw te bekijken? Leveren ze werkelijk een groot gevaar op? Als ze niet bij autowegen staan, maar bij paden diep in het bos, kunnen ze misschien blijven staan? Holtes in bomen zijn juist belangrijk voor de fauna.
Het is beter de veiligheid mee te nemen bij de dunningen in de vijf jaar cyclus, en niet een aparte VTA cyclus te hebben die dit doorkruist, met alle gevolgen van dien: extra verstoring van het bos.
•    Recent zijn veel struiken weggehaald, met name bij de ruiterpaden. Te veel openheid is een probleem voor de ruiters, omdat honden makkelijk bij de paden kunnen komen.
•    Er is ook egelantier en kardinaalsmuts weggehaald, wat niet de bedoeling is. De kruidlaag met bijv. longkruid is geroerd.
•    Nu het zogenaamd veilig is door de sneeuwbes tot de grond aan te snoeien/maaien ontstaat een nieuw fenomeen.  Men maakt nieuwe “gemakspaden” en loopt rustig door de stinsenplanten , vertrapt makkelijk de holwortel, vingerhelmbloemen en aronskelken omdat het makkelijk doorlopen is nu alles weg is en gedund.