Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » Vlinder-venturi voor Klein Zwitserland

Vlinder-venturi voor Klein Zwitserland

Het Haagse Klein Zwitserland ligt ingebed tussen Van Alkemadelaan en Plesmanweg. Ondanks de groene omgeving blijkt het grootste deel van het terrein uit verhard oppervlak te bestaan. De speelvelden zijn voornamelijk kunstgras en gravel. Wijkvereniging Duttendel-Wittebrug nam het initiatief om het sportcomplex te verduurzamen. Om de biodiversiteit te verbeteren bedacht men een vlinder-venturi. Fonds 1818 zorgde voor de financiering.
“Een vlinder-wat ?” horen de initiatiefne­mers als eerste reactie op hun projectidee vaak roepen. “Een venturi, dat is toch een vernauwing in de carburateur van een motor om het benzinemengsel aan te zuigen? Wat heeft dat met natuur te maken?” Precies, wat in een motor werkt, kan in de natuur ook werken. We maken een nauwe opening in de bosstrook langs de Van Alkemadelaan en daarmee zuigt de luchtstroom de vlinders uit de duinen aan de overkant het gebied van Klein Zwit­serland in. Dat is het basisprincipe. Om die venturi te maken hoeven er maar drie kleine esdoorns in de bosstrook gekapt worden.  Dat geeft voldoende ruimte.

Landingsbaan
In het gebied Klein Zwitserland zelf dienen de bermen langs de sloten dan als landingsbaan voor de ingezo­gen vlinders. Tot afgelopen jaar werden die bermen altijd kort gemaaid om verwildering te voorkomen, maar willen we een gunstig vestigingsklimaat voor insecten creëren, dan moeten er juist flink wat dracht-planten staan met voldoende bloeiende bloemen die voedsel geven aan bijen en vlinders. Voorlopig dient de 300 meter lange middensloot als geleidingsstrook voor inkomende fladderaars. De wijkvereniging zoekt hulp bij wijkbewoners en leden van de hockeyclub.

Jeugdige hulp
Op papier lijkt het project heel realistisch. Ter verster­king van de inheemse bermplanten zullen vlinder-struiken voor nog meer aantrekkingskracht zorgen, dus het project startte met de bestelling van 150 bud­lea’s aangevuld met 50 rolklavers en 25 klimmende en rijk bloeiende wisteria’s om het hekwerk te begroeien. In februari 2016 gaat het project van start. Met behulp van enkele wijkbewoners wordt het eerste stuk sloot-berm opgeschoond van houtig gewas. Vooral de uit­geschoten elzen langs de oeverrand moeten worden bedwongen.Twee weken later is een groepje jeugdige leden van de hockeyclub aan de beurt om plantstok­ken uit te zetten. Elke twee grote passen prikken ze een tonkinstok in de zachte grond. Na twee uur staat er een woud aan stokken. Weer een week later wordt er op woensdagmiddag gegraven. Bij iedere stok komt een plantgat voor de vlinderstruiken. De jongens en meiden hebben er schik in. Als je 10 bent is dit een hele stoere klus. Van de afgeknipte elzentakken is inmid­dels een takkenril gemaakt langs de achterste sloot-berm. Daar zullen roodborstjes en winterkoninkjes in april wel interesse voor hebben om in te nestelen. De eerste vlinderstruiken arriveren in maart en opnieuw staat een groepje jeugd klaar om ze te helpen planten. De potten eerst even in de sloot dompelen om er zeker van te zijn dat de kluit niet uitdroogt na het planten. Dikke pret als er van de overkant van de sloot opeens een waterschildpad komt aanzwemmen. Hè, leven die hier in Nederland? Nou oorspronkelijk niet, maar dit exemplaar is uitgezet en overleeft al een paar jaar in de slo­ten van Klein Zwitserland. Na afloop van iedere plantsessie (we doen 3 woensdagmiddagen over 100 planten) staat er thee en limonade klaar in de kantine van HCKZ. De jongelui vertellen ieder luisterend oor enthousiast over hun vlinderventuri.

Tegenslagen
En dan komt de eerste tegenslag. Net na het planten van een lading rolklavertjes (goed voor de bijen) staat de externe groenuitvoerder op het sportterrein en maait binnen een half uur de berm kort.De hemel zij dank maaien de man­nen om de vlinderstruiken heen, maar de veel kleinere rolklaver is direct spoorloos. De eerder gemaakte afspraak met de groenbeheerder van Scheveningen bleek te laat doorgegeven aan de uitvoerder. Excuus en een waarschuwend woord van de groenbaas: “Als we niet maaien, staan de brandnetels straks tot boven het hek hoor”. De goede man beseft niet dat die brand­netels juist van levensbelang zijn voor de vlin­ders. Maar vanaf dat moment is de afspraak dat deze berm niet meer wordt  gemaaid.

De klei is keihard
Tijd voor de volgende strook achter de brug. Opnieuw eerst de stokken op plantafstand zet­ten, maar wat valt dat tegen! Hier groeit het gras veel dikker dan op het eerste stuk sloot-berm. Er staan ook minder wilde plantensoor­ten. De bodem is keihard. De slootkant blijkt hier aangevuld met zware kleigrond. Voor de kinderen veel te zwaar om te bewerken. We maken de woensdagmiddag vol met henge­len en stokwerpen over de sloot. De laatste 50 plantgaten van dit seizoen moeten door de pro­jectleider zelf worden gegraven en ingeplant en dat kost een hele dag en vele zweetdruppels.

Groene bloeiende explosie
Inmiddels schrijven we half mei en de natuur groeit de berm vol. De gevreesde brandne­tel heeft gezelschap gekregen van 21 andere inheemse plantensoorten die volop bloeien in geel, wit, rood, roze en paars. De groeispurt is enorm. De aangeplante budlea’s en wisteria’s dreigen zelfs kopje onder te gaan. Daar moet plaatselijk een heggenschaar aan te pas komen om de lichtconcurrentie weg te nemen. Bij nader inzien zouden de rolklavers in dit groei-geweld geen schijn van kans hebben gehad. De vlinders zullen tot volgend jaar geduld moeten hebben voor ze hier kunnen rondfladderen, want SBB gaat pas aanstaand najaar de venturi in het bos zetten.