Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » Nachten in wit satijn

Nachten in wit satijn

Een mysterieuze vogel verschijnt steeds vaker aan de slootranden van onze polders. Een schuwe witte reiger die schijnbaar nog moet wennen in ons verstedelijkte landschap, maar die onstuitbaar oprukt in de Randstad. Het is de grote zilverreiger (Ardea alba) die vanuit het oosten van Europa nu ook onze delta heeft ontdekt.
Door: Adri Remeeus

U kent allemaal de blauwe reiger die ook voorkomt in stedelijk gebied. Dan kent u vast ookhet beeld van een blauwe reiger die onverstoorbaar langs een parkvijver paradeert, op zoek naar een visje of, sterker nog, die quasi brutaal een hengelaar gezelschap houdt. Dat gedrag hoeven wij van de grote zilverreiger niet te verwachten, maar dat neemt niet weg dat de kansen om de vogel in de omgeving van Den Haag aan te treffen momenteel groot zijn.

De grote zilverreiger is even groot als zijn blauwe neef, maar onmiskenbaar te onderscheiden door zijn geheel sneeuwwitte verenkleed.  Zijn zwarte snavel verkleurt in het najaar naar geel, om tijdens de broedtijd weer zwart te worden. In het voorjaar pronkt hij bovendien met fraaie sierveren die vanaf zijn rug naar beneden hangen.

Langzame kolonisatie

Tot 1970 is de grote zilverreiger een dwaalgast in Nederland.  Na 1970 begint het aantal meldingen in ons land toe te nemen, synchroon met de uitbreiding in Centraal Europa, vooral in de Hongaarse en Oostenrijkse steppenmeren (Neusiedlersee). Hoogstwaarschijnlijk is dat gebied dan ook de bron geweest van de westwaartse uitbreiding over Europa. De droogleggingen in het IJsselmeer zijn voor de grote zilverreiger een stimulans geweest. De Oostvaardersplassen, bekend van de film ‘De Nieuwe Wildernis’, worden geleidelijk zijn vaste verblijfplaats. Vanaf 1976 wordt hij er jaarlijks waargenomen, maar van succesvol broeden is dan nog geen sprake. Waarnemingen buiten de Oostvaardersplassen blijven zeldzaam.

Als broedvogel
Het eerste geslaagde broedgeval is in 1978 in de Oostvaardersplassen. Tot 1990 blijft het schaars. Maar dat verandert als het waterpeil in de Oostvaardersplassen na 1990 geleidelijk verhoogd wordt. Dan tellen we een jaarlijkse broedstand van één tot vijf paartjes. Het moerasgebied blijkt grote aantrekkingskracht te hebben want inmiddels broeden er zo’n 180 paren. Slechts sporadisch treffen we elders in het land een broedpaar.
 
Buiten de broedtijd

Na de broedtijd ondernemen de grote zilvers ruime zwerftochten. 180 broedparen betekent 360 individuen. Stel dat elk paar drie jongen grootbrengt dan zwerven er vlak na de broedtijd ca 1080 individuen rond in Nederland. Dat aantal verbleekt echter bij de aantallen die in najaar en winter in ons land verblijven. De grote zilverreiger is erg mobiel en trekt over grote afstanden. Een deel van de broedvogels uit de Oostvaarderplassen trekt weg naar Frankrijk en Spanje. Dat wordt echter meer dan gecompenseerd door vogels die vanuit centraal Europa naar de lage landen trekken om hier in onze weide- en plassengebieden te overwinteren.

Tellingen
Via de watervogeltelling  die Sovon (Sovon Vogelonderzoek Nederland) maandelijks organiseert, weten wij nu dat er jaarlijks tussen de 6000 en 8000 grote zilverreigers binnen de landsgrenzen zijn. De aantallen wisselen van jaar tot jaar, wat verband houdt met broedresultaten en het karakter van de winter in Midden Europa. Overigens lijkt streng winterweer weinig invloed te hebben op de aantallen. Kennelijk is de grote zilverreiger een krachtige soort, die  wel aan zijn kostje weet te komen.

De schone slaapster
Naast de maandelijkse watervogeltelling is er ook een methodiek die een iets exacter beeld geeft van de aantallen.  Ook deze methode wordt georganiseerd door Sovon en betreft de zogenaamde tellingen van slaapplaatsen. In tegenstelling tot de blauwe reiger heeft de grote zilverreiger namelijk de gewoonte om in  grote groepen gezamenlijk de nacht door te brengen. Deze groepen kunnen enkele honderden vogels omvatten. De slaapplaatsen worden drie keer per jaar geteld (oktober, december, februari). De landelijke telling van oktober 2014 leverde maar liefst 6700 exemplaren op.  Er zijn echter altijd individuen die toch liever alleen of met zijn tweeën slapen, ver buiten de slaapplaatsen. Als die worden meegenomen komt het totaal tegen de 9000.
Ook in Wassenaar, aan de rand van de polder, bevindt zich op particulier terrein een slaapplaats die ik jaarlijks tel. Na een bescheiden begin van 17 exemplaren enkele jaren geleden, staat de teller inmiddels op 41. Het is genieten om ze in de diepe schemer te zien landen op het eiland in de vijver. Als ik in het donker wegfiets en terugkijk, zie ik bomen gehuld in wit satijn.

Zelf ontdekken  
Als u de ze wilt observeren, hoeft u daar niet in de nacht voor op pad. Neem het fietspad dwars door de Duivenvoordse-Veenzijdse polder of ga nog verder naar de Starrevaart en u ziet gegarandeerd grote zilverreigers. Met de grootste kans tussen augustus en april.