Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » Hommels doen het goed in de stad

Hommels doen het goed in de stad

Ze vliegen al weer rond: hommels, de zwart-geel gestreepte knuffelbeertjes onder de insecten. Bijzonder gewaardeerd door fruittelers en ingezet in de kassen om tomaten, komkommers, aubergines, paprika’s en aardbeien te bestuiven. Maar zijn zij altijd zo ijverig en braaf?
Hommels behoren tot een groep bijen die verwant is aan de honingbijen. Het is een groep semi-warmbloedige insecten die op gematigde breedten leven. Ze vallen op door hun forse formaat en dichte beharing met heldere kleuren. De meeste hommels zijn sociaal en leven in groepen. Maar anders dan bij de honingbij, waarbij het hele volk overwintert, zoekt alleen de hommel-koningin een veilig plekje om de winter door te komen. Meestal graaft zij  ergens een holletje in de grond. In het voorjaar komt zij weer te voorschijn en zoekt een plek om te nestelen. Dit kunnen verlaten muizennesten zijn, vogelnesten, spouwmuren of holle bomen. Er zijn ook een paar hommelsoorten die hun nest vlak boven de grond in bijvoorbeeld graspollen bouwen.

Werksters maken koningin dood
Hommels zijn zwaar en hun actieradius is maar een paar honderd meter. Dus de aanwezigheid van voedsel in de buurt van een nestgelegenheid is cruciaal voor broedsucces. De koningin brengt zelf de eerste generatie werksters groot, maar zodra die kunnen uitvliegen om stuifmeel en nectar te verzamelen, beperkt zij zich tot het leggen van eieren. Tegen het eind van het broedseizoen stopt de feromoonproductie bij de koningin. Dit hormoon zorgt  ervoor dat werksters niet vruchtbaar worden. Zonder feromoon gaan werksters ook eieren leggen. De koningin houdt hun broedsel echter tegen door de eieren van de werksters op te eten. Die worden op hun beurt steeds obstinater en steken uiteindelijk de koningin dood. Einde volk. Maar de jonge koninginnen zijn dan al uitgevlogen.

Goede bestuivers
De gewoonte om stuifmeel los te trillen maakt dat hommels erg goede bestuivers zijn. Samen met hun gemoedelijke karakter zijn zij geliefd bij fruitkwekers. Er bestaat een levendige handel in hommels die planten in kassen bestuiven.
In Nederland zijn 29 hommelsoorten bekend. De meest bekende is de zwart-geel-witte tuin- en aardhommel. Hommels zijn niet erg kieskeurig bij het kiezen van bloemen om stuifmeel en nectar te verzamelen; de lengte van hun tong is bepalend voor de bloemkeuze. En mocht hun tong niet lang genoeg zijn, dan knagen zij een venster in de bloem om toch bij de nectar te kunnen komen. Deze vensters worden vervolgens door andere bijen benut.

Bedreigingen
Zoals zoveel insecten en bijen in het bijzonder, staan de hommels onder druk. Het gebruik van insecticiden is de grootste oorzaak. De moderne landbouwtechnieken hebben er ook voor gezorgd dat bloemrijke weiden zijn verdwenen. Soorten met een voorkeur voor open, bloemrijke graslanden zoals de zandhommel (Bombus veteranus) en de moshommel (Bombus moscorum) hebben het zwaar en kunnen zich slechts in natuurreservaten handhaven. De minder kieskeurige hommels houden zich nu vooral op in de stedelijke gebieden. Bestrijdingsmiddelen worden hier nauwelijks gebruikt, het aanbod van voedsel en nestgelegenheid is binnen de bebouwde kom meestal goed. Maar ook hier staan zij door het verdwijnen van rommelige overhoekjes en nonchalant grootschalig onderhoud met klepelmaaiers onder druk.