Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » Een treurige beukgeschiedenis

Een treurige beukgeschiedenis

De treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Pendula’) is een zeldzaamheid onder de Haagse bomen. Op vier locaties staat hij als monumentaal te boek: de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan, de begraafplaats Oud Eik en Duinen, de binnenplaats van scholengemeenschap Zandvliet aan de Bezuidenhoutseweg en een vierde exemplaar aan de rand van de vijver in landgoed Oosterbeek. 

We moeten terug in de tijd om het ontstaan en de ontwikkeling van deze visuele schoonheid te kunnen duiden. Volgens de beschikbare literatuur is de treurvorm ontstaan uit een spon­tane mutatie van de gewone beuk. Het is vaak niet meer dan een enkele tak die zich anders ontwikkelt. Dit verschijnsel wordt voor het eerst gemeld in het 18e eeuwse Frankrijk. Een treurbeuk als gehele boom moet met enkele kunstgrepen gekweekt worden. Het zijn echte cultivars die extra aandacht nodig hebben. Filosofische landschapsarchitecten als de familie Zocher zagen wel brood in dit fenomeen en pasten de treurbeuk graag toe in hun landschapsstijl. Zo ook Louis Paul, de 3e generatie Zocher die rond 1880 een treurbeuk langs de vijver in landgoed Oosterbeek plantte.

Manier van kweken
In tegenstelling tot een gewone beuk kan de treurbeuk prima gedijen op een zonnige plek. De afhangende takken beschermen de kwetsbare stam immers tegen oververhitting door de zon. Boomkwekers hebben twee manieren om de boom op te kweken. Ze kunnen zaad van een treurbeuk gebruiken maar dat levert geen stabiel resultaat op. Aangezien de treur-vorm slechts een spontane afwijking van een deel van de gewone beuken­boom is, zal zaad vaak een gewone beuk opleveren. Een veel succesvollere methode is om treurtakken te enten op een onderstam van een gewone beuk. Dat geeft een voorspelbare productie. Een andere vegetatieve ver­meerdering onstaat als treurtakken vochtige, humeuze grond raken. Die takken gaan spontaan wortelen en vormen zogenaamde afleggers. Voor kwekers is deze werkwijze nauwelijks interessant,maar in de natuur kan op deze manier een heel treurbeukenbosje ontstaan. Er zijn voorbeelden van dergelijke gekloonde bosschages in Engeland en Amerika.

Door weer en wind getekend
Terug naar de beuk in landgoed Oosterbeek. Via oude foto’s is te volgen dat de boom door de tijd heen steeds een iets andere vorm heeft gekend. De kromme takken zijn kwetsbaar en breken bij storm makkelijk af. Ergens in de jaren zeventig raast een storm met 12 beaufort door het park. Van de hoogste ‘elleboog’ wordt een zijtak gerukt. De wond rot langzaam in. De kauwtjes van de kolonie uit de beukenlaan ontdekken de plek en werpen snavels vol rottend hout in het rond. Zo ont­staat er een goede woning en zag menig jong kauwtje hier het levenslicht. De boom groeit onverdroten voort en breidt zijn tak­ken uit richting oever. In juni 2016 is het weer raak. Ditmaal is het de zon die de boom een genadeslag geeft. Tijdens een lange droge periode is het hout van de bovenste tak zo uitgedroogd dat de draagkracht tekort schiet en de elleboog finaal afbreekt. Met zijn vracht aan armen en vingers stort hij met een diepe zucht ter aarde.

Redding voor torenvalkkuikens
Paniek voor het nest torenvalken dat daar sinds twee jaar domicilie vindt. Het jaar ervoor hadden pa en ma torenvalk de kauwen uit hun inmiddels riante woning verdreven. Wonder boven wonder komen de vijf don­zige valkkuikens er met de schrik van af. Na een kort verblijf in het vogelasiel en voorzien van een pootring krijgen de vijf een tijdelijke plastic behuizing, opge­hangen in een van de beuken langs de weide. De plek, in dekking van beukenlover en temidden van een kau­wenkolonie, is kennelijk een reden voor de ouders om niet totvoederenovertegaan.Tweehongerigejongen vliegen voortijdig uit. Eendrachtig gaan vogelbescher­mers,dierenambulance, Staatsbosbeheer en de brand­weer aan de slag om de jongen een andere nestkast op een vrijstaande plek te bezorgen om de valkenouders te bewegen alsnog hun jongen te voeren. Met succes deze keer. De ouders zien kans om hun vijf kinderen groot te brengen in een veel te krappe noodbehuizing van 30 bij 30 cm. Na enkele weken vliegen ze allemaal uit op weg naar zelfstandigheid.

Extra boomverzorging
Zodra de vogels zijn uitgevlogen haalt de groenbe­heerder het afgevallen hout weg en zaagt de stam netjes recht. Omdat nu een groot deel van de bast aan de zon is blootgesteld, krijgt de top een jute sarong om zijn kale gelederen. Ondanks de enorme amputatie is de vorm van de boom nog steeds imposant. Het is niet waarschijnlijk dat de stamtop nog zal uitlopen nu de boom al 135 jaar oud is. De waterval aan bladeren die inmiddels de oever van de vijver heeft bereikt, is nog steeds een streling voor het oog en een mooie uitvals­basis voor het exotisch gekleurde ijsvogeltje dat in de vijver van Oosterbeek op visjes jaagt u

Tekst en foto’s: Frederik Hoogerhoud