Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » De vlier, vleer of vledder

De vlier, vleer of vledder

Een boom die van slordigheid houdt
Helaas gaan sommige landgenoten nogal slordig om met onze groene bermen en braakliggende stukjes grond en zo komt er nogal eens afval op plaatsen terecht waar dat bepaald niet thuis hoort. De vlier houdt echter wel van wat extra‘bemesting’.Vandaar dat we deze boom/struik vaak op rommel terreinen tegenkomen. Misschien is de boomsoort daardoor wel in een wat kwade reuk komen te staan. Een reuk die hij in letterlijke zin zelf nog voortbrengt ook en waarmee hij zelfs vliegen aantrekt. Dat geldt overigens niet voor de bloemen die in juni in uitbundige trossen bloeien en juist heerlijk ruiken.
De vlier behoort tot de muskuskruidfamilie (Adoxaceae) waar, naast het kleine muskus-kruidje, ook de struiken Gelderse roos en sneeuwbal deel van uitmaken. De laatste zijn zeker geen bomen. Maar als de vlier tijd van leven heeft, kan hij wel degelijk uitgroeien tot een echte boom. Niet voor niets kennen we in Den Haag de Vlierboom-straat. Omdat hij vaak bij bebouwing voorkomt, staat hij als een echte cultuurvolger te boek. Vanwege zijn vele gebruiksmogelijkheden werd hij vroeger dan ook graag in de woonomgeving aangeplant. Hij ontbrak destijds bij geen enkele boerenhoeve. Niet in de eer­ste plaats om zijn overweldigende bloemenpracht in de voorzomer, maar vooral ook omdat er krachten aan werden toegedacht,zoals bescherming tegen bliksem­inslag en ander onheil.

Weinig aandacht
In de gerenommeerde bomenboeken wordt echter  zeer weinig aandacht aan de vlier besteed. Voor een struik/boom die, blijkens archeologische vondsten, hier al sinds 5000 v. Chr. voorkomt, is dat een vreemde zaak. Mogelijk speelt de twijfel of we hier met een boom dan wel met een struik te maken hebben een rol. Zeker is dat hij voor de mens altijd van groot belang was en alleen daarom al een eervolle vermelding ver­dient.

Veel toepassingen
Zoals elke boom heeft ook de vlier zijn bijzondere eigenschappen. Zo zijn er de kaarsrechte verticaal geplaatste zijtakken. Deze bevatten merg dat gemak­kelijk te verwijderen is. Er ontstaat dan een holle buis. Als kinderen maakten we daar proppenschieters van. Onze voorouders maakten er, met wat meer knutsel-techniek, fluiten van. Zo verwijst de Latijnse naam van de vlier ‘Sambucus’ naar fluit.
Bij de oudere en dikkere stammen is het merg echter vrijwel verdwenen. Het hout wordt dan zeer hard en splintert niet. De boeren gebruikten het voor diverse doeleinden.

Van vlierbloesem wordt al eeuwen lang thee gemaakt waaraan medicinale kracht wordt toegedacht en de bessen zijn uitstekend geschikt voor het maken van jam en wijn. Er bestaat zelfs vlierbessenjenever. Kortom de gewone zwarte vlier is een ‘manusje van alles’.

Kenmerken en voorkomen
De veervormig samengestelde bladeren zijn over­staand gerangschikt. Meestal hebben ze vier zijblaad­jes en een eindblad met fijn gezaagde randen. De stam is erg onregelmatig gevormd, licht bruingrijs van kleur en heeft vaak kurklijsten. De rechte opgaande twijgen vallen direct in het oog. We komen de vlier in geheel Europa en West-Azië tegen.

Aantal soorten
Er zijn niet veel soorten vlier. De meest voorkomende is de zwarte vlier (Sambucus nigra), zo genoemd naar de paars/zwarte bessen. Een leuke variant is de peter­selievlier (Sambucus laciniata) met bijzonder mooi ingesneden bladeren. Naar de vorm daarvan zijn veel decoraties ontworpen en in oude bomenboeken type­rende tekeningen gemaakt. Een aparte soort is ook de trosvlier (Sambucus race­mosa). Deze is nog niet lang geleden uit de zuidelijke landen rond de Middellandse Zee komen migreren. De gele bloemen daarvan vormen vroeg in het voorjaar mooie trossen. De bessen zijn prachtig helder rood maar niet eetbaar en zelfs een beetje giftig. De bloemen van de zwarte vlier vormen vlakke scher­men van soms wel 20 cm in doorsnee. Die schermen bestaan uit veel kleine geelachtig witte tweeslachtige bloemetjes. Op afstand zie je dan een donkergroene boom die van onder tot boven vol zit met grote witte vlekken. Merkwaardig is dat heel jonge vlierboompjes, van nog geen halve meter hoog, al flinke bloemschermen geven. Tussen ander struikgewas komen die soms opeens opduiken. Je moet dan wel opletten want zevenblad en fluitenkruid bloeien in dezelfde tijd en lij­ken er op het eerste gezicht nogal veel op. In een gun­stig geval kunnen al die bloemen bessen vormen en er zijn gevallen bekend waarbij een enkele verdwaalde vlierstruik vele kilo’s vruchten leverde. Al met al is ook de vlier een boeiende boom die in deze rubriek een eervolle plaats verdient.

Tekst en foto’s:Jaap van Loenen