Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » De taxus of venijnboom

De taxus of venijnboom

Een geheimzinnige naaldboom uit een ver verleden. Met het herkennen van loofbomen hebben de meesten van ons weinig moeite.  Vooral wanneer ze in blad staan, zijn ze meestal gemakkelijk te onderscheiden. De bladvormen helpen ons daarbij een handje. Bij de naaldbomen is dat echter anders.
Of de naalden nu 20 cm lang zijn of de 4 mm niet halen, of ze erg steken of plat en zacht zijn, in clusters of in rijtjes zitten,  meestal maken we ons er van af met: “een soort den”.  Zo zien we bij de thans populaire kerstboom, de Nordmann (Abies nordmanniana)  niet  veel verschil  met de fijnspar (Picea excelsa),  die vroeger met Kerstmis de dienst uitmaakte. Dat de Nordmann  niet lekker naar hars ruikt, geen scherpe maar platte naalden heeft die ook nog nauwelijks uitvallen,  vergeten we maar even. In feite verschillen de bomen echter net zo veel van elkaar als de beuk van de wilg.

Naaktzadigen
Als verzamelnaam voor de naaldbomen wordt  ook wel ‘conifeer’ gebruikt, kegeldrager dus.Kom je dan echter een taxus tegen, die zeker een echte naaldboom is maar waar je helder rode bessen in aantreft, dan weet je het even niet meer. Beter kunnen we dan ook spreken van naaktzadigen. Deze boomsoorten bestonden al lang voordat er insecten rondvlogen en ze waren afhankelijk van windbestuiving. Daartoe ligt het vruchtbeginsel open, dus naakt,  om het aangevoerde stuifmeel, dat in de vruchtbare tijd in grote wolken verspreid wordt, op te vangen.  Dit geldt ook voor de bes van de taxus, want als je goed kijkt, zie je dat het rode vruchtvlees niet het gehele zaadnootje bedekt.  Zo is dat vruchtje ook begonnen: ‘naakt’.

Een prehistorische boom
Ver in het verleden, tussen de twee laatste ijstijden, waren er in onze omgeving zo veel taxusbomen dat die periode ook wel de taxusfase wordt genoemd. Dit tijdperk,  128.000 tot 116.000 voor Christus, is bekend als ‘Eemien’ naar het riviertje de Eem dat er merkwaardig genoeg nog steeds is. Het loopt van Amersfoort naar het Eemmeer en is zo’n 20 km lang. Uit vondsten is gebleken, dat vanaf 11.000 v. Chr. het hout van de taxus al werd gebruikt om jachtbogen van te maken. Tot op de dag van vandaag wordt het daar nog steeds voor gebruikt. Het hout van deze langzaam groeiende boom is uitzonderlijk sterk en elastisch. Ook in latere perioden maakte men er speciale gereedschappen van.

Giftig
Vrijwel de gehele taxus geldt als zeer giftig. Als gif voor pijlen werd een aftreksel gemaakt van de naalden. Deze  giftigheid leidde er helaas ook toe dat de taxus bijna werd uitgeroeid. Voor het vee bleek het gevaarlijk te zijn. Het eten van een handvol naalden zou zelfs tot sterfte leiden en in streken waar intensieve veeteelt was, hakte men de bomen dus liever om. Van de enorme bossen inheemse taxus is heel weinig meer over. Alleen in het oosten van ons land zijn er nog overblijfselen van te vinden. Overigens is over de ernst van die giftigheid het laatste woord nog niet gezegd. Sommige bomenkenners laten daarover geen twijfel bestaan. Het doorbijten van het vruchtnootje (het rode vruchtvlees is lekker en eetbaar) zou zelfs dodelijk zijn. Volgens de oude Grieken was het al gevaarlijk om onder een taxus te gaan slapen !
De schrijver van het Engelse standaardwerk: “Wayside and Woodland Trees”  Edward Step,  geeft daarvan echter een ander beeld. Het eten van een paar naaldjes is volgens hem ongevaarlijk en hij weet ook nog na te vertellen hoe het vruchtnootje smaakt: …. “it has a pleasant nutty flavour” schrijft  hij er over! Hoe dit ook zij, we zullen het maar niet uitproberen. Tegenwoordig wordt van de giftige stof baccatine een medicijn gemaakt tegen kanker.  Dat wordt gewonnen uit jonge loten die in de zomer gesnoeid worden.
Taxus kan overigens zeer oud worden.  In Engeland was men zuiniger op de bomen. In Zuid Engeland treffen we nog 2000 jaar oude taxussen.
 
Veel gekweekte varianten
De lange geschiedenis van de boom, de magische krachten die er aan werden toegeschreven en de verhalen daaromheen hebben hem blijkbaar een herkansing gegeven. De taxus en varianten daarvan worden thans volop aangeplant in parken en tuinen. Dat hij zich gemakkelijk uitzaait, is mogelijk ook zijn redding geweest want daardoor kwam hij weer in onze bossen terecht en zelfs in de duinen.  Vaak is dat een oorspronkelijk Ierse soort: de Taxus fastigiata.  Deze zuilvormige variant heeft afstaande naalden,  die rondom de twijg zijn geplaatst. Door zijn compacte groeiwijze is hij zeer geschikt voor de wat kleinere tuinen. Dit in tegenstelling tot de gewone taxus, die veel ruimte vraagt.

Bloeiwijze
De taxus is tweehuizig.  De mannelijke bloemen zijn bleek,  geel en  bijna rond,  ongeveer een halve cm in doorsnee en bevatten enorm veel stuifmeel dat in het voorjaar  wel wat overlast  kan geven.  Aan de vrouwelijk boom komen de bekende rode bessen die als een klein onaanzienlijk bloemetje beginnen.
Het meest belangrijke herkenningspunt is dat de jonge twijgen groen zijn.  De naalden zijn plat, aanvankelijk licht groen. Pas later in het jaar worden die donker.  De stam van oudere bomen bestaat meestal uit meerdere kolommen, die hecht aan elkaar zijn gegroeid.  Mogelijk is de vormgeving van de pilaren in de Gotische kathedralen daarop gebaseerd, want vaak zijn architecten door vormen in de natuur geïnspireerd.