Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » De Liquidambar

De Liquidambar

In de vorige eeuw waren er nogal wat twijfels over het al of niet invoeren vanuitheemse boomsoorten. De ervaring had geleerd dat die wel eens problemen gaven. Vooral de massaal aangeplante Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) breidde zich zo snel uit dat hij niet anders dan met grote moeite onder controle was te houden. Er zijn echter ook soorten die het heel goed doen, zoals bijvoorbeeld de Douglasspar (Pseudotsuga menziesii). Daar komt nu bij dat het klimaat verandert, waardoor sommige inheemse soorten het moeilijk krijgen terwijl sommige uitheemse soorten daar vaak beter bestand tegen zijn. Voor de toekomst zullen we moeten afwachten welke plaats zij gaan innemen in ons ecosysteem.
Door: Jaap van Loenen
Bij de keuze voor stadsbomen lijkt het ecosysteem overigens niet zo’n grote rol te spelen. Hier vindt men vooral resistentie tegen ziektes, luchtvervuiling, zoutgevoeligheid en bodembestendigheid van belang. Dit leidde ooit tot het planten van platanen in het toen ernstig vervuilde Londen. Deze bomen die oorspronkelijk in het Middellandse zeegebied thuishoren, doorstonden alle beproevingen en kregen zelfs het koosnaampje “London Plane”. Bij ons kennen we de hemelboom (Ailathus altissima) die vrijwel geen eisen stelt aan lucht en bodem. In stedelijke omgeving is vaak ook de vorm belangrijk en daarom is de reeds voor de Middeleeuwen uit Turkije ingevoerde paardenkastanje populair. Verder is sierwaarde van belang zoals herfstkleuren van de bladeren. In het algemeen kunnen we wel stellen dat sommige uitheemse soorten voor de stad vaak beter geschikt zijn dan inheemse.
Nog niet zo lang geleden kwam de Amberboom (Liquidambar) als stadsboom in beeld. Over de hele wereld vond deze bijzonder mooie boomsoort toepassing als laanboom en ook vrijstaand in parken en
plantsoenen. Eigenlijk hoort hij thuis in subtropische gebieden maar in een gematigd klimaat wil hij ook wel groeien, al gaat het soms wat langzaam.

Vloeibaar amber
Het thuisland van de amberboom die we hier kennen is het zuidoosten van de Verenigde Staten en Mexico. Daar kan hij heel groot kan worden. De opmerkelijke naam liquidambar dankt de boom aan de Spaanse natuuronderzoeker Hernandez. In opdracht van Philips II werd hij in 1519 naar het pas veroverde Mexico gezonden om de natuur daar te verkennen. Hij merkte op dat de daar veel voorkomende boom bij verwonding een soort hars afscheidde waarvan de heerlijke geur aan amber deed denken. Hij noemde hem daarom liquidambar of wel ‘vloeibare amber’. Een bijzondere naam die wereldwijd wordt gebruikt voor de boomsoort.

Blad, bloem en zaad
De bladeren lijken op die van de Noorse esdoorn. Ze zijn echter wat dieper ingesneden met gezaagde bladrand en niet overstaand en kruisgewijs aan de tak gerangschikt. In de herfst kleuren ze prachtig, variërend van goudgeel tot purper rood. De bloeiwijze is minder spectaculair. In mei verschijnen er kleine trosjes groene bloempjes die nauwelijks van de bladeren te onderscheiden zijn. Daarentegen zijn de vruchtjes heel apart. Ze hebben de maat van een grote knikker en zijn omgeven door dikke niet scherpe stekels. Net als bij de plataan hangen die na rijping aan een dunne draad en zijn daardoor vaak duidelijk zichtbaar. Als ze rijp zijn komen er kleine gevleugelde zaadjes vrij, die shikiminezuur bevatten. Deze stof wordt toegepast in antivirale geneesmiddelen, zoals de griepprik.

Kauwgum
De vloeibare hars die de boom bij verwonding afscheidt, wordt in de VS gezien als de oervader van de kauwgum “sweet gum”.Ooit was dit ook een bestanddeel van de betere schoencrème maar daarvoor zal de winning en verwerking wel te kostbaar zijn geworden. Wel wordt de hars verwerkt in geneeskundige balsems en ook in parfums.

Prehistorisch
Uit recent onderzoek is gebleken dat de liquidambar heel lang geleden, al voor het Tertiair, op tal van plaatsen op de wereld present was, ook in Limburg. De boom overleefde de ijstijden. Ontwikkelingen na die tijd hebben er toe geleid dat er thans globaal 4 locaties zijn waar ze in het wild voorkomen. Dit zijn Zuid-China (L. acalycina), Taiwan (L. formosa), Zuidwest-Turkije en het Griekse eiland Rhodos (L. orientalis) en het zuiden van de VS en Mexico (L. styraciflua). Deze ondersoorten hebben allemaal hun eigen specifieke eigenschappen en vormen. Zo heeft de L. formosa een drielobbig blad en zijn de 5 bladlobben van de L. acalycina op zichzelf nog eens gelobd. Deze bladvorm tref je ook aan bij de Turkse ondersoort (L. orientalis).

Liquidambar styraciflua Worplesdon
Al in 1681 bracht ene John Bannister de eerste plant naar Engeland. Het heeft echter tot de tweede helft van de vorige eeuw geduurd voordat men het wenselijk achtte de boom een plaatsje te geven buiten de kwekerijen. De bekende dendroloog Dr. B.K. Boom schreef in zijn boek ‘Bomen, hun vorm en kleur’ (1966), dat de liquidambar in Amerika thuis hoort en daar misschien maar beter kan blijven……! Een in Zuid-Engeland geselecteerde soort, genoemd naar het plaatsje Worplesdon, bleek het hier echter goed te doen en op diverse plaatsen zijn er nu exemplaren van te vinden. In Den Haag vinden we de boom aangeplant in Clingendael en langs de Haagse Beek.