Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » Bomen en lichtmasten, niet altijd een goede samenwerking

Bomen en lichtmasten, niet altijd een goede samenwerking

Bomen en lichtmasten vormen belangrijke elementen in ons straatbeeld. Zonder dit beeldbepalende straatmeubilair zou onze stad er heel anders uitzien. In feite kunnen we niet zonder. De combinatie van de twee gaat echter niet altijd in goede harmonie. We komen  regelmatig verbazingwekkende situaties tegen.

Door: Bas Steenks
Het is duidelijk dat dit twee heel verschillende soorten ‘straatmeubilair’ betreft.  Als een lichtmast eenmaal is geplaatst, zal deze niet gauw meer veranderen; hooguit een keer een ander kleurtje verf. Een boom, eenmaal geplant, verandert voortdurend.   ’s Winters meestal kaal en ’s zomers in het blad. En dat blad verandert een paar keer per jaar van kleur. Het tere groen in het voorjaar en de kleur-explosies in het najaar zijn steeds weer ervaringen die nooit vervelen. Maar het belangrijkste verschil ten opzichte van een lichtmast zit hem in de groei van de boom. Deze groei verschilt per soort, maar ook binnen een soort kunnen grote verschillen optreden. En die groei veroorzaakt nogal eens conflicten met de lichtmast.

Samen delen
We mogen aannemen dat boom en lichtmast de straat samen moeten delen en wel zodanig dat beide een optimaal effect kunnen leveren. Helaas blijkt dit niet altijd het geval want ze staan elkaar nogal eens in de weg. Ze zijn dan te dicht op elkaar geplaatst. In dat geval belemmert de boom de belichting. Het is per geval verschillend en zeer uiteenlopend. De vraag is: treedt de belemmering al kort na boomaanplant of plaatsing lichtmast op of pas na vele jaren als de boom is gegroeid? In het laatste geval kan er meestal door middel van gepaste snoei nog veel van het schaduw-effect ondervangen worden. Maar als de schaduwvorming van de boom kort na aanplant speelt, dan is het probleem groot en valt er zonder onevenredige snoeimaatregelen weinig te doen.

Waar ligt het probleem ?
De oplossing van de geschetste problemen lijkt eenvoudig: plaats de lichtmasten en bomen op een gepaste afstand van elkaar, zodat ze elkaar niet in de weg zitten. Van groot belang bij deze afweging is natuurlijk kennis van de te planten boom; want de soort bepaalt uiteindelijk de kroonvorm en grootte. Maar ook kennis van de wenselijke lichtmast speelt een belangrijke rol. Er worden vele maten en uitvoeringen in de stad gehanteerd. Het beheer van straatbeplanting en openbare verlichting is een taak van de gemeente, maar de uitvoering ligt bij verschillende afdelingen van de Dienst Stadsbeheer. Het lijkt logisch dat deze afdelingen onderling overleg voeren, maar in de praktijk wordt dat helaas nogal eens vergeten.
Op welke plaatsen treffen we conflictsituaties ? Als je op dergelijke situaties gaat letten dan kom je door de hele stad gekke dingen tegen. Soms betreft het situaties die al decennia bestaan, waarvan de bol-esdoorn in de Fluitenbergstraat een sprekend voorbeeld is. Maar ook bij recente herinrichtingen zoals aan De Werf komen situaties voor die zeker een probleem gaan vormen. Hier zijn platanen geplant die op enkele meters afstand van lichtmasten staan en in enkele gevallen pal onder de armatuur op 80 cm afstand van de mast. De plataan behoort tot de grote boomsoorten. Hierbij moet je rekening houden met een hoogte en een breedte  van 10 tot 15 meter. In dergelijke situaties, zou je verwachten, dat er in het ontwerp geschoven wordt, met zowel boom als lichtmast. Maar dat is helaas niet gebeurd. Misschien een schrale troost, maar Den Haag is niet de enige gemeente waar dit probleem voorkomt.

Ondergrondse conflictsituaties
Behalve het zichtbare, bovengrondse conflict, is er ook regelmatig sprake van een ondergronds, onzichtbaar probleem tussen bomen en lichtmasten. Dit betreft de verdeling van ondergrondse ruimte tussen wortels en kabels/leidingen. Dat is dan doorgaans aan de orde bij de oudere bomen en wordt duidelijk bij graafwerkzaamheden. Dit kan zijn bij vervanging of aanpassing van de kabels, maar ook bij rooien of verplanten van bomen. Het gebeurt vaak dat de leidingen op zeer korte afstand – minder dan 1 meter -van de kern van de boom liggen. Het komt zelfs voor, dat er weleens bomen pal boven een leiding zijn geplant. Maar lang niet altijd is het duidelijk welke voorziening het eerst is aangebracht: de boom of de lichtmast. Behalve leidingen voor openbare verlichting, ligt er nog een hele reeks van andere voorzieningen onder de grond, zoals gas, licht, water, riool, telefoon enz. Kortom de boom heeft het vaak zwaar om ondergronds haar wortels te kunnen spreiden. Toch zien de meeste bomen kans om, ondanks de slechte ondergrondse situatie, te overleven. Sterker nog, vele  bomen doen ons vaak verbaasd staan, dat ze toch tot fraaie, volwassen exemplaren kunnen uitgroeien.